Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Overige bijbehorende bouwwerken

Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2016

Het wettelijk kader luidt als volgt: Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van een bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen voor een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 meter, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouwen van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m². Het aantal woningen moet gelijk blijven. Indien het project niet valt onder de bovengenoemde beleidsregels genoemd in artikel 4, 5 en 6 wordt per geval een afweging gemaakt, waarbij gebruik zal worden gemaakt van het algemeen afwegingskader. Daarnaast geldt de volgende specifieke beleidsregel: Gronden buiten het bouwvlak of met de aanduiding ‘zonder gebouwen’, ‘landschappelijk waardevol’ of soortgelijke aanduidingen en gronden met de bestemming ‘natuur’, ‘tuin’ en soortgelijke bestemmingen mogen in principe niet worden bebouwd. Dit betekent dat voor deze gronden geen omgevingsvergunning wordt verleend in afwijking van het bestemmingsplan. Slechts wanneer op deze gronden krachtens het bestemmingsplan wel gebouwen mogen worden gebouwd, kan medewerking verleend worden indien voor het project een afweging wordt gemaakt, waarbij gebruik wordt gemaakt van het algemeen afwegingskader.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel