Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Burgemeester en wethouders of de Gemeenteraad mogen géén leningen verstrekken. Hierbij is het niet van belang of het wel of niet past binnen het gemeentelijk beleid, uit hoofde van de ‘publieke taak’.
Burgemeester en wethouders mogen garanties verstrekken uit hoofde van de ‘publieke taak’ uitsluitend op voorwaarde dat:
Vóóraf toestemming van de gemeenteraad wordt gevraagd als het belang uitgaat boven € 100.000;
Financiering op normale condities via de reguliere markt zonder gemeentegarantie niet mogelijk is;
Er geen eigen waarborgfonds bestaat voor de betreffende categorie waarnaar doorverwezen kan worden;
Betaling en aflossing redelijkerwijs is verzekerd. Hiervoor wordt vooraf advies ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij;
In principe worden er zekerheden gesteld, tenzij die niet mogelijk zijn;
De lening dient tot een doel dat ondersteuning door de gemeente rechtvaardigt;
De looptijd van de lening is afgestemd op het economisch nut van betreffende investering en dat er sprake is van een jaarlijkse aflossing op de lening;
In geval van garantstelling wordt een eenmalige provisie in rekening gebracht, bestaande uit 1% van het bedrag van de lening waarvoor borgstelling wordt verleend (risico), plus een vaste vergoeding voor de behandelingskosten (€ 500,–).
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut, alsmede de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO);
Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële rente risico’s. Derivaten worden uitsluitend aangegaan onder begeleiding van een extern adviseur welke onder toezicht van de AFM staat.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Uitgangspunten risicobeheer
Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Oosterhout 2016 – 2019