Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

In welke gevallen ontheffing c.q. beleid

Onderdeel van Beleid stoken van vuur (waaronder paasvuren)

Het huidige beleid is dat wij geen ontheffingen verlenen voor het verbranden van snoei- en tuinafval door particulieren, hetgeen zal worden aangehouden. Het thans voorliggend beleid zal antwoord geven op de vraag voor welke vuren in de openlucht wij nog wel een ontheffing afgeven en welke beperkingen daaraan worden gesteld. Voor onderstaande verbrandingen van afvalstoffen buiten inrichtingen zijn de afgelopen jaren ontheffingen afgegeven, waar nader op zal worden ingegaan c.q. beleid voor zal worden ontwikkeld, immers onder het motto ‘regelen waar vraag naar is’: Paasvuren Verbranding van rietsluik Voor de duidelijkheid hierbij opgemerkt dat er volgens de Algemene Plaatselijke Verordening geen ontheffingen nodig zijn voor: verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; vuur voor koken, bakken en braden. Hier zal in deze notitie dan ook niet op worden ingegaan. Voorts geldt dat er bij geconstateerde boomziekten geen ontheffingen voor de verbranding van dit zieke hout (in tegenstelling tot het ‘oude beleid’) meer wordt afgegeven. Voor gemeentelijke percelen wordt het zieke hout namelijk versnippert en meteen afgevoerd naar een gespecialiseerd bedrijf, waar het op gepaste wordt vernietigd. Ziek hout afkomstig van particuliere percelen wordt eerst door de gemeente opgehaald. De inwoners van de gemeente Heerenveen worden overigens gewezen op de mogelijkheid tot alternatieve verwerkingsmogelijkheden voor grote partijen hout (bijvoorbeeld versnipperen) en het kunnen aanbieden van grof/grote hoeveelheden tuinafval bij de milieustraten (Heerenveen en Grou). De algemene regel is dat milieuhygiënisch gezien hergebruik in de vorm van versnipperen of composteren altijd de voorkeur heeft boven verbranden. De toegestane verbrandingen zijn daarmee feitelijk de uitzonderingen naast de algemene regel, waarmee rekening is gehouden met de zogenaamde ‘ladder van Lansink’ (artikel 10.4 Wet milieubeheer plus zie bijlage).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel