Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Beleid soorten verleende en te verlenen ontheffingen

Onderdeel van Beleid stoken van vuur (waaronder paasvuren)

I. Paasvuren Het verbranden van gerooid/onbewerkt, schoon hout en snoeihout heeft hierbij een culturele achtergrond en is in onze gemeente reeds jarenlang een traditie. Voor het opstellen van beleid voor dit soort vuren zijn omliggende gemeenten bevraagd wat hun beleid is/wordt. Het beleid van omliggende gemeenten blijkt heel divers, namelijk van één paasvuur per dorp tot een maximaal aantal met uitsterf constructie. De uitsterf constructie houdt dan in dat als in enig jaar geen ontheffing wordt aangevraagd, aan dat dorp of stad geen ontheffing meer zal worden verleend. Daarnaast is de brandweer geconsulteerd. Gezien de kerntaak preventie, het voorkomen van brand, adviseren zij om eigenlijk helemaal geen paasvuren toe te staan. Als wij dit soort vuren uiteindelijk 2 toch willen laten blijven voortbestaan, dan is het advies van de brandweer om dit niet voor één per dorp te laten gelden omdat dit teveel risico’s geeft. Voor Heerenveen zal één paasvuur per dorp neerkomen op een totaal van 21 op Eerste Paasdag. De brandweer kan dan echter bij calamiteiten niet overal (meteen) aanwezig zijn, waardoor zij de veiligheid op dit punt niet kunnen waarborgen. Gezien de jarenlange traditie en het feit dat er geen problemen/klachten hierover bekend zijn, vinden wij echter dat paasvuren mogelijk moeten blijven. Daarbij is wel positief kritisch gekeken naar het aantal ontheffingen, het milieubelang en het advies van de brandweer. Na afweging van de verschillende belangen en adviezen zijn wij dan ook tot de conclusie gekomen dat wij in Heerenveen thans acht paasvuren kunnen toestaan, hetgeen ook het aantal is dat in het jaar 2014 is afgegeven. Om te voorkomen dat ons diftar-systeem wordt ondermijnd, door het verbranden van snoeiafval door particulieren op één van deze dagen onder de noemer van een paasvuur, vinden wij dat zo’n dergelijk vuur alleen mogelijk moet zijn als kan worden aangetoond dat dit in samenwerking met of ondersteund wordt door een buurt- of (belangen)vereniging. Dit temeer omdat bij het afsteken van paasvuren de saamhorigheid centraal staat. Daarnaast zal er op worden gewezen dat een paasvuur voor publiek toegankelijk moet blijven. De ontheffing zal, in tegenstelling tot de huidige situatie, dan gaan gelden voor drie opeenvolgende jaren, waarna opnieuw een ontheffing dient te worden aangevraagd. Er is een tijdsperiode van drie jaren gesteld omdat deze volgens het ministerie van Infrastructuur en Milieu maximaal denkbaar is, vanwege het karakter van de ontheffingen en de in het Wet milieubeheer opgenomen criterium. Er moet in de ontheffing dan echter wel exact worden aangegeven dat de ontheffing voor drie jaar geldt en dat het verbranden alleen op Eerste Paasdag mag. Tot slot hierbij de vermelding dat de brandweer een adviserende rol heeft. Als zij echter adviseren om bij bepaalde weersomstandigheden (bijvoorbeeld droogte) om af te zien van het stoken, dan zal dit advies (moeten) worden nageleefd. II. Verbranding van rietsluik Voor de periode half december 2014 tot half maart 2015 is een ontheffing voor het verbranden van rietsluik afgegeven (rietveld aan de Oranje Nassaulaan). Rietsluikafval is restafval dat ontstaat bij het onderhoud (snoeien) van rietkragen en dat verwijderd moet worden. Verbranding heeft als voordeel dat het terrein zodanig opgeschoond wordt dat het riet ook weer goed kan uitlopen. Dit is weer gunstig voor de natuur en de rietproductie. Wij vinden dan ook dat het verbranden van rietsluik moet worden toegestaan voor de daarvoor bestemde locaties met rietgroei. Ook voor dit soort ontheffingen zal een periode worden gesteld voor maximaal drie jaar, waarin ook een tijdsperiode zal worden aangegeven (volgens het toetsingscriterium rekening houdend met de bescherming van de flora en fauna). Dit temeer omdat vaak per rietveld wordt gebrand onder de daarvoor gunstigste weersomstandigheden. III. Overig In onze gemeente is het de laatste jaren zeer sporadisch voorgekomen dat er een ontheffing wordt verleend voor andere niet genoemde vuren. In dat kader en onder het eerder gestelde motief achten wij het dan ook niet nodig hiervoor beleid te ontwikkelen. Bovendien blijft het verboden om snoeiafval door particulieren te verbranden. Als alsnog een aanvraag voor een vuur wordt gedaan die niet onder de genoemde categorieën valt, kan afzonderlijk een afweging worden gemaakt de ontheffing al of niet onder bepaalde voorwaarden te verlenen. Zoals hiervoor vermeld zijn er voor het nemen van het besluit twee verschillende wettelijke regelingen en daarmee twee verschillende afwegingskaders. Zoals ook thans gebeurd, zullen beide ontheffingen echter in één besluit/brief worden opgenomen. Vervolgens de vermelding dat wij voor de paasvuren alleen het verbranden van gerooid/onbewerkt, schoon hout en snoeihout toestaan, ter bescherming van het milieu. IV. Samenvatting Omwille van de duidelijkheid een korte samenvatting van hetgeen hiervoor is genoemd. Geen ontheffingen verlenen voor het verbranden van snoei- en tuinafval door particulieren, hetgeen conform het oude beleid in verband met diftar zal worden aangehouden. Paasvuren: maximaal acht ontheffingen met een geldigheidsduur van maximaal drie jaren op Eerste Paasdag per ontheffing; mits in samenwerking met een buurt- of (belangen) vereniging. Verbranding van rietsluik: ontheffing voor aangetoonde rietlocaties voor maximaal drie jaren in een bepaalde nader aan te duiden tijdsperiode. Rest categorie:in geval van aanvraag beoordelen of al of niet onder bepaalde voorwaarden een ontheffing kan worden verleend (eventueel voor 3 jaren).

Rechtspraak bij dit artikel