Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf

Artikel 7

Definitieve beoordeling

Onderdeel van Personeelsgesprekken

Na het beoordelingsgesprek stelt de leidinggevende een definitieve beoordeling op. Indien de medewerker dit in het beoordelingsgesprek heeft aangegeven, kan hij op het beoordelingsformulier zijn kanttekeningen plaatsen. De medewerker tekent het beoordelingsformulier voor gezien en zijn eventuele kanttekeningen voor akkoord. Het bevoegd gezag stelt de beoordeling vast. Indien het bevoegd gezag van mening is dat de beoordeling niet overeenkomstig deze regeling tot stand is gekomen of aan de juistheid van de beoordeling twijfelt, bespreekt hij dit met de eerste beoordelaar en de medewerker. Het bevoegd gezag kan suggesties tot wijziging van de beoordeling doen en in uitzonderingsgevallen en goed gemotiveerd de beoordeling gewijzigd vaststellen. De medewerker ontvangt een afschrift van het definitieve beoordelingsformulier.

Rechtspraak bij dit artikel