Na het beoordelingsgesprek stelt de leidinggevende een
definitieve beoordeling op.
Indien de medewerker dit in het beoordelingsgesprek heeft
aangegeven, kan hij op het beoordelingsformulier zijn
kanttekeningen plaatsen.
De medewerker tekent het beoordelingsformulier voor gezien
en zijn eventuele kanttekeningen voor akkoord.
Het bevoegd gezag stelt de beoordeling vast.
Indien het bevoegd gezag van mening is dat de beoordeling
niet overeenkomstig deze regeling tot stand is gekomen of
aan de juistheid van de beoordeling twijfelt, bespreekt hij
dit met de eerste beoordelaar en de medewerker. Het bevoegd
gezag kan suggesties tot wijziging van de beoordeling doen
en in uitzonderingsgevallen en goed gemotiveerd de
beoordeling gewijzigd vaststellen.
De medewerker ontvangt een afschrift van het definitieve
beoordelingsformulier.