Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 27

Tegenprestatie

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet 2015

1.De tegenprestatie betreft het naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden die verricht worden naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt (artikel 9 lid 1 onderdeel c Participatiewet). 2.De tegenprestatie heeft betrekking op uitkeringsgerechtigden in het kader van de Participatiewet. Personen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, hoeven volgens de wet geen tegenprestatie te verrichten (artikel 9 lid 5 Participatiewet). 3.De tegenprestatie kan als instrument ingezet worden om participatie te bevorderen. 4.Indien de tegenprestatie als instrument wordt ingezet, gelden de volgende uitgangspunten: a.Het instrument dient een constructieve bijdrage te leveren aan het bevorderen van arbeidsinschakeling en participatie. b.Het initiatief voor invulling van de tegenprestatie kan zowel bij de uitkeringsgerechtigde als het Activerium liggen. c.De tegenprestatie kan een verplichtend karakter hebben. 5.De tegenprestatie bedraagt maximaal 4 uur per week gedurende maximaal 3 maanden. De tegenprestatie kan maximaal 4 keer per jaar worden opgedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel