inkomensvoorziening of kosten van het werkleeraanbod
Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
inlichtingenplicht bedoeld in artikel 44, eerste lid van de wet
heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het
werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
verlenen van de inkomensvoorziening wordt de verlaging afgestemd
op de hoogte van het benadelingsbedrag.
Bij een benadelingsbedrag tot € 100,00 wordt er geen verlaging
opgelegd, maar wordt er volstaan met een waarschuwing. Wanneer
er echter sprake is van recidive binnen een periode van 12
maanden na bekendmaking van de waarschuwing, wordt er een
verlaging opgelegd van 5% van de WIJ-norm gedurende één
maand.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, en artikel 3, derde lid,
wordt de verlaging op de volgende wijze vastgesteld:
a.bij een benadelingsbedrag van € 100,00 tot € 500,00: 5% gedurende één
maand;
b.bij een benadelingsbedrag van € 500,00 tot € 1.000,00: 10% gedurende
één maand:
c.bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00: 30% gedurende
één maand;
d.bij een benadelingsbedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00: 50% gedurende
één maand;
e.bij een benadelingsbedrag van € 4.000,00 of meer : 100% gedurende één
maand.
4.Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast wordt gelijkgesteld
het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen,
bedoeld in artikel 8, derde lid.
5.Indien er aangifte wordt gedaan bij het Openbaar Ministerie wegens
valsheid in geschrifte, wordt er geen verlaging toegepast, tenzij het
Openbaar Ministerie tot seponeren overgaat.
Hoofdstuk 3.
Artikel 14
Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de
Onderdeel van nr 12.16 Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren