Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Strategische personeelsplanning (SPP)

Onderdeel van Regionaal Sociaal Plan Drechtsteden / Zuid Holland Zuid 2013 - 2017

Het realiseren van duurzame inzetbaarheid start met het in kaart brengen van de vraag en het aanbod van arbeid door gebruik te maken van het instrument strategische personeelsplanning, waarbij medewerkers worden ingedeeld in categorieën. De indelingssystematiek gaat expliciet in op het inzichtelijk maken van verschillende categorieën medewerkers in relatie tot vraag en aanbod van arbeid enerzijds en de behoefte en de ambities van de medewerkers anderzijds: A1: Stabiel 1: medewerker presteert in de huidige functie bevredigend/goed. streeft naar bijhouden/verdieping van eigen vakgebied (vaste waarde eigen functie). A2: Stabiel 2: medewerker presteert in de huidige functie onvoldoende. is in staat zich te ontwikkelen binnen zijn/haar functie (ontwikkelaar eigen functie). B1: Ontwikkelaar 1: medewerker presteert in de huidige functie bevredigend/goed. heeft de potentie zicht te ontwikkelen naar een bepaalde functie vertikaal of horizontaal binnen een termijn van 2 – 5 jaar (ontwikkelaar andere functie). B2: Ontwikkelaar 2: medewerker presteert in de huidige functie bevredigend/goed. wenst de kwaliteiten op andere plek in te zetten maar weet nog niet in welke richting en op welke termijn, wel tussen 2 – 5 jaar (ontwikkelaar andere functie). C1: Mobiel 1: medewerker presteert in de huidige functie bevredigend/goed. wenst de kwaliteiten op andere plek in de organisatie/netwerk in te zetten binnen een termijn van 2 jaar (mobiel intern ). C2: Mobiel 2: de huidige functie past niet bij de kwaliteiten van de medewerker. wenst of moet de kwaliteiten op andere plek inzetten (mobiel in-/extern). C3: Mobiel 3: de huidige functie zal op termijn verdwijnen/wezenlijk veranderen wenst of moet de kwaliteiten op andere plek in te zetten (mobiel in-/extern). D: Boventallig: de medewerker is o.g.v. sociaal plan bovenformatief verklaard. moet de kwaliteiten inzetten op andere plek (mobiel in-/extern). Voor de categorieën A1 tot en met C2 geldt dat de reguliere inzet van mobiliteit bevorderende loopbaaninstrumenten voldoende is om te komen tot duurzame inzetbaarheid. Voor de categorie C3 geldt dat mobiliteit binnen een periode van 3 jaar noodzakelijk is. Om dit binnen die termijn te bewerkstelligen, kunnen aanvullende faciliteiten ingezet worden. Voor categorie D geldt dat fase II al van toepassing is, hiervoor gelden de afspraken zoals overeengekomen voor het Van-Werk-Naar-Werk (VWNW) traject. De afdeling P&O zal de uitkomsten van SPP samenbrengen voor het netwerk waardevolle informatie over de toekomstige personeelsbehoefte binnen het netwerk in relatie tot de interne arbeidsmarkt. De organisaties zijn verantwoordelijk voor de input.

Rechtspraak bij dit artikel