1.. Een verzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.

2.. Het college stelt bij de uitvoering van de wet de identiteit van de belanghebbende vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 eerste lid onder 1˚ tot en met 3˚ van de Wet op de identificatieplicht.