Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.3

Niet verplichte regels inzake verantwoorde verstrekking van alcohol

Onderdeel van Nota Drank- en Horecawet gemeente Oldenzaal

Naast de beschreven verplichte regels maakt de gewijzigde Drank- en Horecawet meer, niet verplichte, regels mogelijk. Deze regels- op het gebied van toegangsleeftijd en sluitingstijd, prijsacties en happy hours, dienen specifiek om verstrekking van alcohol aan jongeren te verminderen. In de volgende paragrafen worden de regels nader geduid. 5.3.1 Tijdelijk verbod op het verkopen van alcohol naar aard, gebiedsdeel, of tijdsdeel (art. 25a en c) Deze regel kan gebruikt worden om te bepalen dat er tijdens een bepaalde periode en in een bepaald gebied een verkoopverbod geldt voor zowel de detailhandel als voor horeca-inrichtingen ( bijv. ‘Koninginnedag’, ‘Carnaval’, ‘Hemelvaart ’). Tijdens grote evenementen in de openbare ruimte vormen de hoeveelheden in de detailhandel gekochte alcoholhoudende dranken een probleem. Door middel van de inzet van deze regel kan dit worden gereguleerd. Het is een regel dat in situaties waarin een en ander dreigt te escaleren kan worden toegepast. Indien ervoor wordt gekozen om dit artikel als noodgreep in te zetten, zal de periode en het gebied nader in de verordening moeten worden bepaald. Wanneer wij ons huidige beleid in ogenschouw nemen zal in eerste instantie gekeken dienen te worden naar het maken van constructieve afspraken met de betreffende aanbieders. Hierbij kan naar aard van de situatie worden bepaald welke beperkingen nodig zijn. Dit kan variëren van vrijwillige sluiting, het verstrekken van een beperkte hoeveelheid artikelen per klant tot het niet verkopen van in glas of bier verpakte dranken. Vanuit de filosofie dat terughoudend dient te worden omgegaan met het opnemen van nieuwe regels in de DHV zal deze regel niet worden opgenomen. Hiermee houden wij ook rekening met de uitgangs-punten van de VNG; terughoudendheid met betrekking tot het opleggen van onnodige beperkingen en oog voor lokaal maatwerk. Voorts past het in onze visie van deregulering, waarin overbodige regels zoveel als mogelijk vermeden moeten worden in combinatie met het voorkomen/terugdringen van de (administratieve) lastendruk bij ondernemers. 5.3.2 Toelatingsleeftijd voor bezoekers van horecalokaliteiten of terrassen van ten hoogste 21 jaar, waarbij onderscheid gemaakt kan worden naar soort inrichting, deel van de gemeente en tijdsruimte (art. 25b) Het gaat hierbij om het koppelen van toegangsleeftijden aan (sluitings)tijden van de horeca. Wij kunnen een minimum toelatingsleeftijd tot alle horecalokaliteiten en terrassen vaststellen en deze koppelen aan tijdsruimten (sluitingstijden horecabedrijven). Er kan hierbij onderscheid worden gemaakt naar soort inrichting, deel van de gemeente en tijdsruimte. De leeftijd mag echter niet hoger zijn dan 21 jaar. Deze nieuwe gemeentelijke bevoegdheid wordt ook wel de ‘Vroeg op Stap bepaling’ genoemd. Door jongeren onder een bepaalde leeftijd na een bepaald tijdstip de toegang tot horecalokaliteiten en –terrassen te verbieden worden jongeren gemotiveerd eerder uit te gaan. Daarmee wordt de voor-avond, die vaak bekend staat als indrinkmoment, verkort. Uit onderzoek blijkt dat als jongeren met minder alcohol op de horeca betreden, ze aan het eind van de uitgaansnacht ook minder gedronken hebben (Clapp, e.a., 2009). Om de regel op te nemen is controle nodig door portiers. Het aanstellen van portiers kost de ondernemer geld. Ook is vanuit onze gemeentelijke organisatie capaciteit benodigd omdat de regel gehandhaafd dient te worden. Daarnaast is handhaving ook moeilijk. Als de jongeren namelijk binnen zijn, mogen ze binnen blijven, terwijl de andere jongeren de toegang geweigerd wordt. Dit draagt niet bij aan overzichtelijke en doelmatige regelgeving. Vanuit de horeca wordt aangegeven dat de tijden verandert zijn. De jeugd gaat later uit, dit is een cultuuromslag die je niet zomaar teniet doet. Daarbij zijn er twijfels bij de regel en dan met name de effectiviteit. Aangegeven wordt dat weinig jongeren, gezien de prijzen van de mixen en drankjes, dronken worden in de horecalokaliteit. Het probleem is vaak daarvoor al ontstaan. Een ander nadeel is dat het geen schenkleeftijden zijn, maar toegangsleeftijden. Dit kan betekenen dat een grote groep jongeren ’s nachts eerder op straat komt, met de bijbehorende overlast van de openbare orde tot gevolg. Vanwege het feit dat er niet bij alle horecagelegenheden portiers aanwezig zijn en de maatregel in dat opzicht al onuitvoerbaar is, zal met name ingezet worden op de leeftijdsgrenscontrole en niet zozeer om jongeren onder een bepaalde leeftijd na een bepaald tijdstip de toegang tot een horecalokaliteit te ontzeggen. 5.3.3 Prijsacties (art. 25d) Het gaat hierbij om prijsacties horeca (lager dan 60 % van de normale prijs voor 24 uur of korter) en supermarkt (lager dan 70 % van de normale prijs voor 1 week of korter). Het effect van prijsacties op de consumptie van alcohol wordt in onderzoeken (Meijer e.a., 2008) als ‘onmiskenbaar’ bestempeld. Hoewel de prijsacties gericht zijn op het aantrekken van bezoekers op momenten dat er nog weinig bezoekers binnen zijn, kunnen dergelijke acties aanzetten tot overmatig alcoholgebruik in een korte periode. Het vaststellen van een maximaal kortingspercentage laat ruimte voor promotionele acties en aanbiedingen, maar creëert een acceptabele ondergrens. Doordat deze grens bindend is voor alle ondernemers wordt de vicieuze cirkel waarin ondernemers elkaar gevangen houden in een op prijs gerichte concurrentie doorbroken. Het beperken van de acties met drank in de detailhandel is evenzo belangrijk als het beperken van de prijsacties in de horeca, temeer omdat een eenzijdige inzet op prijsacties bij de horeca kan leiden tot een onwenselijke verschuiving naar het indrinken. Ten aanzien van de happy hours heeft de lokale horeca reeds een horecaconvenant opgesteld waarin is aangegeven dat zij niet stunt met de prijzen. Ook de detailhandel neemt haar positie in. De supermarktbranche is een van de grootste verstrekkers van alcohol. De branchevereniging Centraal Bureau Levensmiddelhandel heeft zich aangesloten bij de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken (RvA). Hierin wordt bepaald dat aanbiedingen van alcoholhoudende producten niet meer dan 50% korting mogen bedragen. Het landelijk omarmen van een korting van maximaal 30% gaat het CBL te ver. Zij geven aan dat er in supermarkten met regelmaat acties worden ingezet waarbij de kortingspercentages de 30% overschrijden. Om deze regel te kunnen handhaven en te kijken of er sprake is van stuntprijzen moeten gemeenten aannemelijk kunnen maken welke prijs er gewoonlijk wordt gevraagd. Daarvoor moeten verschillende prijzen over langere tijd zijn bijgehouden. Dat kost relatief veel (administratief) toezicht. Voor wat betreft de detailhandel is het bovendien lastig om lokaal regels te gaan stellen voor grote detailhandelsketens die vanuit landelijke kantoren worden aangestuurd. Dan ligt het voor de hand om landelijk zaken te reguleren. Vanuit de betrokken sectoren, de horeca en de detailhandel, gebeurt dat ook. Ook is de verwachting uitgesproken dat het gaat leiden tot een kat- en muisspel met de ondernemer. Een korting van 29% mag wel, maar 31% niet. Ten aanzien van de toepassing van deze maar ook van de andere regels dient eerst even een pas op de plaats gemaakt worden. Wij richten ons eerst op wat moet en dat met de beschikbare (beperkte) middelen zo goed mogelijk te organiseren. Daarna kan bekeken worden of de doelstellingen van de artikelen op een andere wijze bereikt kan worden (bijvoorbeeld door zelfregulerend vermogen, zie ook hoofdstuk 7). Tevens wordt voorgesteld de praktijkervaring van de andere gemeenten af te wachten , voordat overgegaan wordt op de vrije keuze bepalingen. Pas wanneer blijkt dat het een noodzakelijk effectief middel is, kan de keuze bepaling vastgesteld worden in de verordening. De evaluatie die over ruim een jaar plaatsvindt zal hierover de nodige duidelijkheid verschaffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel