In het algemeen geldt dat indien er naar het oordeel van het college reden is om af te wijken van de geïndiceerde prioritering, hersteltermijn, handhavingsinstrument of sanctie/ boete/ boetbedrag, dat zulks, mits gemotiveerd, vanzelfsprekend mogelijk is. Zo is verzwaring mogelijk, bijvoorbeeld ingeval van gelijktijdigheid/ samenloop van meerdere overtredingen of vanwege herhaling.
Indien een geïndiceerd boetebedrag in een bepaald geval, op grond van bijzondere omstandigheden, onevenredig hoog moet worden geacht dan kan het college eveneens besluiten de boete lager vast te stellen. Door de exploitant dienen dan wel omstandigheden en feiten te worden gesteld en aangetoond waaruit blijkt dat er sprake is van onevenredigheid.
Een exploitant die zijn verplichting niet nakomt om desgevraagd aan het college informatie te verstrekken met betrekking tot de aanspraak van een ouder op de gemeentelijke tegemoetkoming (zie art. 28 Wk), wordt een boete opgelegd van ten hoogste 5000 euro (art. 72 lid 1 sub b Wk.).
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6
Afwijkingsmogelijkheden/ bijzondere omstandigheden
Onderdeel van Handhavingsbeleid Wet Kinderopvang Oldenzaal 2009