Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Handhaving ingeval van overtreding

Onderdeel van Handhavingsbeleid Wet Kinderopvang Oldenzaal 2009

-. Voor overtredingen geldt: naar de aard de indeling :licht van aard gemiddeld van aard zwaar van aard; naar urgentie van beëindiging :prioriteit laag prioriteit gemiddeld prioriteit hoog; met de bandbreedtes :laag = 0-12 gemiddeld = 0-4, hoog =0-1mnd. -. Er zijn in zwaarte oplopende maatregelen. Het “handhavings-en sanctiesysteem van de Wk.”houdt echter niet in dat deze, dwingend, opeenvolgend gevolgd moeten worden. -. Cumulatie van overtredingen, zeker indien deze verschillen naar aard, urgentie en bandbreedte vragen om specifieke aandacht van zowel de toezichthouder als de gemeentelijk handhaver. -. In zijn algemeenheid geldt dat hoe urgenter/ acuter/ risicovoller de situatie is, des te eerder een schriftelijk bevel door de inspecteur of een exploitatieverbod, een korte(re) hersteltermijn of bestuursdwang door het bevoegde gezag geboden kan zijn. In levensbedreigende situaties is niet een hersteltermijn, dwangsom, boete o.i.d. het juiste middel maar spoedeisende bestuursdwang. -. In minder acute situaties zal veelal in eerste instantie kunnen worden gestart met het geven van een waarschuwing of een schriftelijke aanwijzing. Met een waarschuwing zou bijvoorbeeld kunnen worden volstaan indien een (lichte) overtreding, na constatering, voortvarend is hersteld. Bij een aanwijzing kan de hersteltermijn worden gerelateerd aan de mate van prioritering en oplosbaarheid door de exploitant. -. Een bevel van de inspecteur duidt op ernstige/ hoge prioriteit/ onverwijlde spoed; bij voortduren van de overtreding volgt daarna dus ook geen aanwijzing maar verlenging van het bevel of bestuursdwang. Het bevel als instrument ligt voor de hand als een hersteltermijn van minder dan 2 weken gewenst is. -. Een dwangsom is een geschikt middel indien slechts beoogd wordt dat een overtreding niet langer voortduurt (de actie is gericht op herstel van de gewenste situatie dan wel op het voorkomen van herhaling). Het opleggen van een dwangsom in tijd (bijvoorbeeld per dag), per overtreding of ineens, is dan het geëigende middel. Een last onder dwangsom is niet geschikt bij acuut en ernstig gevaar. Bij de hoogte wordt rekening gehouden met de zwaarte van het geschonden belang, de beoogde werking en eventueel de kosten van uitvoering van de vereiste voorzieningen in relatie tot het financieel/economische voordeel van de exploitant bij het voort (laten) duren van de overtreding. De dwangsom is dus niet bedoeld om “gemaakte winst” af te romen.Een preventieve dwangsom is onder omstandigheden (bij klaarblijkelijk gevaar dat een voorschrift zal worden overtreden) mogelijk. -. Bestuursdwang (het optreden door of vanwege het bestuursorgaan door feitelijk handelen) is niet mogelijk bij handelingen die alleen de exploitant kan verrichten. De mogelijke inzet van dit instrument bij overtredingen o.g.v. strijd met de kwaliteitseisen is dan ook uiterst beperkt.Bestuursdwang en dwangsom kunnen terzake van dezelfde overtreding/ hetzelfde domein niet gelijktijdig naast elkaar bestaan. Boete en dwangsom kunnen echter, indien de situatie daartoe aanleiding geeft, beide gelijktijdig worden gehanteerd. -. Een exploitatieverbod ex art. 66 lid 1 Wk. is een zwaar middel en vindt toepassing indien bestuursdwang niet mogelijk is of als middel onvoldoende of slechts ten dele tot het gewenste resultaat zou kunnen leiden en indien gelet op de omvang en de ernst van de tekortkomingen niet langer de verwachting bestaat dat binnen een aanvaardbaar korte termijn alsnog aan de voorschriften zal kunnen worden voldaan. -. Verwijdering uit het gemeentelijke register is, in het algemeen, vanzelfsprekend het uiterste middel. Samenvatting uitgangspunten bij handhaving De (ook morele) boodschap betreffende handhaving moet overkomen, zowel het afschrikken van fout gedrag als het verleiden tot naleving (al dan niet toekomstgericht). De handhavingsmatrix is een richtlijn, afwijkingen zijn mogelijk / soms aangewezen o.b.v. verzachtende dan wel verzwarende omstandigheden. Bij een “enkel onvoldoende kwaliteitsaspect” leidt het zoeken naar de juiste reactie en het juiste middel (zie hoofdstuk 5) in beginsel tot de inzet van het minst ingrijpende (geïndiceerde) handhavings- instrument en de (geïndiceerde) langste hersteltermijn. Een bekorting van deze hersteltermijn ligt echter voor de hand indien de overtreding relatief eenvoudig en snel te beëindigen is en daarmee (daarna) wel (beter) aan de kwaliteitseis wordt voldaan. Bij meerdere onvoldoendes (en meerdere instrumenten en termijnen) leidt dit in beginsel tot toepassing van minimaal het zwaarst geïndiceerde handhavingsinstrument en de kortst geïndiceerde hersteltermijn. Dit geldt ook voor die situaties waarin de inspecteur m.b.t. één of meerdere kwaliteitsvoorwaarden niet tot een inhoudelijke beoordeling kan komen en de oorzaak daarvan gelegen is bij de exploitant of in diens risicosfeer. Verzwarend zijn bijvoorbeeld: opeenstapeling van overtredingen al dan niet binnen 1 of meerdere domeinen, tijdsverloop dat exploitant al kennis had van de overtreding, als verantwoordelijke zelf actief/ passief is opgetreden, de voor de exploitant beschikbare mogelijkheden tot beëindiging, en recidive al dan niet bij/ op dezelfde locatie. Onder recidive wordt verstaan: meerdere lichte dan wel meerdere gemiddelde overtredingen dan wel ingeval van een combinatie: binnen 3 jaar na datum verzending bestuursbesluit meerdere zware overtredingen dan wel bij een combinatie van een zware met een of meerdere lichte of gemiddelde overtredingen: 5 jaar na datum verzending bestuursbesluit. bij grove nalatigheid van de exploitant, elke zware overtreding binnen 10 jaar na datum verzending bestuursbesluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel