Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Beboeting ingeval van overtreding

Onderdeel van Handhavingsbeleid Wet Kinderopvang Oldenzaal 2009

-. De keuze voor het inzetten van een bestuurlijke boete en/of dwangsom is afhankelijk van de concrete situatie en datgene wat in die concrete situatie wordt beoogd. -. Een boete (artikel 72 ev. Wk.) wordt veelal pas opgelegd: na constatering door GGD-inspecteur van een (al bestaande) overtreding en na overleg met houder terzake van beëindiging; na rapportage en advisering door GGD-inspecteur aan de gemeente gedurende welke periode de houder (nog steeds) de mogelijkheid heeft tot herstel/ beëindiging; na aanwijzing door gemeente met de mogelijkheid voor de houder om de overtreding alsnog (voortvarend) te beëindigen en/of bezwaar te maken; na een herinspectie door GGD-inspecteur na de gegunde herstelperiode, de constatering dat de overtreding voortduurt en wederom overleg met en aandringen bij houder; na een 2e rapportage en een 2e advisering door GGD-inspecteur aan gemeente gedurende welke periode de houder nog steeds de mogelijkheid heeft tot herstel en het mogelijk voorkomen van een boete; na constatering door de gemeente dat de houder de overtreding nog steeds niet heeft beëindigd en beboeting een passende reactie is op het (laten) voortduren. -. Het opleggen van een bestuurlijke boete is zeer geschikt indien er alleen aanleiding is tot het bestraffen van de overtreder. Zeker ook indien het gaat om een eenmalige overtreding waarbij dus geen vrees voor herhaling of voortzetting bestaat. -. Een boete is een sanctie, is punitatief en is niet een handhavingsmaatregel. Een bestuurlijke boete, alleen, mist veelal morele stigma en zal eerder kunnen worden beschouwd als financieel bedrijfsrisico (afweging voor- en nadelen naleving dan wel overtreding). Een te lage boete staat niet in verhouding tot administratieve lasten en geeft onvoldoende prikkels. -. Een bestuurlijke boete geldt als bestraffing (criminal charge, Europees Verdrag Rechten Mens). Dit heeft onder meer gevolgen voor een eventuele toetsing door een rechter. De feiten, de kwalificatie van de feiten, de schuldvraag, de bevoegdheid te beboeten, de redelijke termijn en de hoogte van de boete worden vol getoetst. De rechter heeft een wettelijke matigingsbevoegdheid maar kan(op grond van 8:69 Awb) eventueel ook besluiten tot een hogere boete dan door het bestuur opgelegd. -. Van het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in elk geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt (artikel 72 lid 2 Wk.). Een bestuurlijke boete wordt evenmin opgelegd indien de overtreder al eerder, wegens dezelfde gedraging, is beboet (artikel 74 Wk.). -. Ingeval van grove opzettelijkheid dient, alvorens te beboeten, eerst een beoordeling door het OM plaats te vinden m.b.t. eventueel strafrechtelijk ingrijpen. Samenvatting van uitgangspunten bij beboeting De boodschap betreffende beboeting moet overkomen, nl. allereerst bestraffing van een verwijtbare overtreding en, in mindere mate, het afschrikken van toekomstig fout gedrag. Een te lage bestuurlijke boete staat in de regel niet in verhouding tot de administratieve lasten van de gemeente en geeft de (commerciële) exploitant mogelijk onvoldoende prikkels. Anderzijds: niet iedere exploitant is een multinational en niet iedere overtreding is even ernstig. Bij de berekening van een boete worden voor alle beboetbare feiten als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen zoals neergelegd in de matrix. De matrix is een echter nadrukkelijk een richtlijn, afwijkingen zijn mogelijk / soms aangewezen op grond van verzachtende dan wel verzwarende omstandigheden (waaronder recidive). Matiging per domein van een geïndiceerde boete naar redelijkheid en billijkheid (en ter afweging van het bestuursorgaan), indien houder, binnen het betreffende domein, op andere criteria wel aan kwaliteitseisen voldoet. Indien slechts sprake is van een incidentele onzorgvuldigheid van administratieve aard kan de boete worden gematigd tot 50% van het geïndiceerde bedrag. De totale bij een boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meer beboetbare feiten, uit de som van de per beboetbaar feit berekende boetebedragen. Voor wat betreft overtredingen binnen één domein geldt het per domein vastgestelde boetebedrag als maximum. De hoogte van de totale bij een boetebeschikking op te leggen boete is wettelijk gemaximeerd en wel op 45.000 euro. (art. 72 lid 1 sub a Wk.). Als boete ingeval van ontbreken Verklaring Omtrent Gedrag geldt, eventueel in afwijking van het vorenstaande, een minimum van 3000 euro voor elke persoon zonder (verplichte) V.O.G.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel