Kinderen mogen niet de dupe worden van schulden binnen het gezin. Ieder kind moet kunnen meedoen en op een normale manier kunnen opgroeien. Voor kinderen in armoede/uit een gezin in een problematische schuldsituatie is dit niet vanzelfsprekend. Het armoede- en schuldenbeleid wil stimuleren dat deze kinderen net als hun klasgenootjes mee kunnen doen en niet in een achterstandssituatie terechtkomen. Zij moeten een goede start krijgen en al jong leren omgaan met geld. Wie van jongs af aan met schulden wordt geconfronteerd heeft grote kans niet de capaciteiten te ontwikkelen die nodig zijn om weer uit de schulden te komen. Als je vaststelt dat er in gezinnen met kinderen structureel sprake is van de dynamiek van schaarste, kun je strategieën bedenken om te zorgen dat de kinderen toch in staat worden gesteld executieve functies te oefenen. Bijvoorbeeld door te stimuleren dat zij spelletjes spelen die hen aanzetten tot redeneren, plannen, onthouden, strategieën bedenken etc. Zo kun je proberen de “overerving” van armoede te doorbreken[8]. In de beleidsnotitie Vernieuwd armoedebeleid MVS 2016-2019 is hier ook aandacht voor.
Schuldhulpverlening wordt aan gezinnen met inwonende kinderen op dezelfde wijze vormgegeven als in andere gezinssituaties. Belangrijk is wel dat zo snel mogelijk de inkomenssituatie op orde is en indien nodig zo snel mogelijk andere hulpverleners worden ingeschakeld, mogelijk door inzet van het wijkteam. In het vernieuwde armoedebeleid is apart aandacht voor de financiële situatie van gezinnen met minderjarige kinderen.
[8] Handreiking “De eindjes aan elkaar knopen, Cruciale vragen bij financiële problematiek in de wijk” door Nadja Jungmann, Peter Wesdorp en Gejo Duinkerken