Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Waarderen

Onderdeel van Activering- en afschrijvingbeleid (2015)

Alle activa die op de balans worden opgenomen, vertegenwoordigen een zekere waarde. Voordat bepaald kan worden hoe er op activa wordt afgeschreven, is het van belang te weten tegen welke waarde deze activa in de financiële administratie moeten worden opgenomen. In dit hoofdstuk wordt daar specifiek bij stilgestaan. 4.1 Waarderinggrondslagen In het BBV zijn bepalingen opgenomen voor de waardering van activa. Hiermee wordt voorkomen dat organisaties met de waardering van activa hun financiële resultaten kunnen beïnvloeden. Ook wordt bereikt dat de financiële gegevens van organisaties in de loop van de tijd vergelijkbaar blijven. De waarde waarvoor vaste activa worden opgenomen in de financiële administratie wordt bepaald door de verkrijging- of vervaardigingprijs (artikel 63 BBV). De verkrijgingprijs is gelijk aan de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs is gelijk aan de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging (kunnen) worden / zijn toegerekend. Indien gedurende de levensduur van een betreffend actief de bestemming verandert, wordt in de toelichting op de balans de actuele waarde van de nieuwe bestemming opgenomen. 24 Indien dit leidt tot een waardedaling, dan gelden de bepalingen van paragraaf 4.3. 4.2 Vaststelling financiële waarde Sinds de invoering van het BBV is alleen de systematiek van de zogenaamde bruto waardering toegestaan. Dit houdt in dat alle vaste activa worden geactiveerd voor het bruto bedrag van de investering (artikel 62 BBV); reserves en bijdragen van derden mogen in beginsel niet in mindering worden gebracht. Hierop zijn twee uitzonderingen van toepassing, die in de volgende subparagrafen nader worden uitgewerkt. 4.2.1 Bijdragen van derden Bijdragen van derden (rijksbijdragen, provinciale subsidies, e.d.) die in directe relatie staan met een investering, mogen volgens het BBV in mindering worden gebracht op het investeringbedrag. In dat geval wordt afgeschreven over het netto investeringbedrag. Dit speelt bijvoorbeeld een rol bij investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut zoals bijvoorbeeld de herinrichting van de stationsomgeving. In de gemeente Ermelo is de gewoonte om ontvangen bijdragen in mindering te brengen op de boekwaarde, zodat in de gebruiksjaren sprake is van lagere kapitaallasten. Voorgesteld wordt dit uitgangspunt te handhaven. Conclusie 10: Bijdragen van derden die in directe relatie staan met een investering in mindering te brengen op de boekwaarde. 4.2.2 Investeren ten laste van reserves Ten aanzien van het vraagstuk of reserves in mindering mogen worden gebracht op een (initiële) investering, bepaalt het BBV dat dit afhangt van het feit of het een investering met economisch nut betreft, of juist een investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut: Bij investeringen met een economisch nut is het überhaupt niet toegestaan om reserves rechtstreeks in mindering te brengen op de boekwaarde van de investering. Het is overigens wel toegestaan om een gevormde bestemmingsreserve in te zetten ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten. In dat geval wordt er tegenover de investering gedurende de levensduur een reserve gezet, waaruit de afschrijving en eventueel ook de rente wordt gedekt. In deze situatie wordt gesproken van een beklemde bestemmingsreserve. 25 Bijlage 6 bevat een overzicht van directe relaties tussen gemeentelijke investeringen en beklemde bestemmingsreserves. Voor investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geldt dat het is toegestaan om bestemmingsreserves via resultaatbestemming in mindering te brengen op de verkrijging- of vervaardigingprijs. Uit het vorenstaande vloeit voort dat indien gewenst wordt om een investering in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut te dekken ten laste van een reserve, dit – hoewel het een principieel andere grond heeft – in feite altijd plaatsvindt via de weg van eenmalig afschrijven. Voor de daarbij geldende bepalingen wordt verwezen naar paragraaf 5.8. Indien er wordt gekozen om een reserve in mindering te brengen op de investering geldt overigens dat altijd kritisch moet worden bezien of er in de aan de eventuele vervanging voorafgaande jaren middels de vorming van een bestemmingsreserve moet worden gespaard om de kosten in het jaar van vervanging te kunnen dekken. 26 Vergelijk de in paragraaf 3.2.1.2 genoemde problematiek. 4.2.3 Btw Inkoop btw maakt in een groot aantal gevallen geen onderdeel uit van de kostprijs, doordat de btw kan worden verrekend via aangifte (indien wordt gehandeld als niet vrijgesteld ondernemer) of kan worden gecompenseerd via het btw-compensatiefonds (als er sprake is van handelen uit hoofde van een overheidstaak). Dit is overeenkomstig de nota van toelichting op het BBV (artikel 2), waarin is aangegeven dat de compensabele of aftrekbare btw niet als last wordt beschouwd. Indien de btw niet kan worden verrekend of gecompenseerd, vormt de btw een kostenpost en verhoogt deze de verkrijging- of vervaardigingprijs en daarmee de waarde van het actief. Het bovenstaande betekent dat bij investeringen in onder andere wegen, verlichting en groenrenovatie de btw compensabel is, hierdoor geen onderdeel uitmaakt van de verkrijging- of vervaardigingprijs en daarom niet wordt geactiveerd. 27 Hoewel de btw niet wordt gerekend tot de verkrijgingprijs, is voor investeringen betreffende de riolering en afvalstoffeninzameling bepaald dat gemeenten de btw van dergelijke investeringen mogen doorberekenen in de tarieven die ter dekking van de betreffende kosten wordt geheven. Dit principe is niet van invloed op het vraagstuk of de betreffende btw wel of niet hoeft te worden geactiveerd. 4.3 Afwaarderen Artikel 65 van het BBV geeft de voorschriften weer voor afwaardering van activa. Het eerste en tweede lid van artikel 65 hebben betrekking op waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn en stelt dat deze onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking moeten worden genomen. Lid 3 van artikel 65 bepaalt dat als een actief buiten gebruik wordt gesteld, dit actief wordt afgewaardeerd indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. Wanneer een actief gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld, dient het actief proportioneel te worden afgewaardeerd. Om de correcte naleving van dit onderdeel van het BBV te borgen, wordt jaarlijks bij de jaarrekening gecontroleerd op het bestaan van activa en de hoogte van de boekwaarde. Indien noodzakelijk wordt er afgewaardeerd. Voorgesteld wordt deze maatregel te handhaven. Conclusie 11: Jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening te controleren op het bestaan van activa, de hoogte van de boekwaarden en indien noodzakelijk af te waarderen. 4.4 Desinvesteren; verwerken boekwinst/-verlies Op grond van de notitie Verkrijging / vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen (Commissie BBV, mei 2007) is het niet toegestaan eventuele boekwinst in mindering te brengen op een nieuwe investering. Op het moment dat een desinvestering (verkoop of inruil van het actief) plaatsvindt wordt de boekwinst daarom ten gunste van de exploitatie van het betreffende jaar gebracht. In geval van boekverlies, wordt dit ten laste van de exploitatie gebracht. In beide situaties geldt dat het saldo direct ten gunste danwel ten laste komt van de exploitatie (algemene dekkingsmiddelen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel