1.. Het college stelt een archeologische beleidskaart vast, waarop op een topografische ondergrond de archeologisch waardevolle terreinen bedoeld in artikel 1 zijn aangegeven.

2.. Op de onder lid 1 bedoelde beleidskaart wordt de archeologische waarde van de terreinen aangeduid met waarden 1 tot en met 6, welke waarden als volgt worden gedefinieerd:

  • - waarde 1: terrein met mogelijke archeologische waarden (dekzand en Oude Getijden) op een diepte vanaf 150 cm onder maaiveld ;
  • - waarde 2: terrein met mogelijke archeologische waarden (dekzand) op een diepte vanaf 100 cm onder maaiveld;
  • - waarde 3: terrein met mogelijke archeologische waarden (dekzand) op een diepte vanaf 50 cm onder maaiveld;
  • - waarde 4: terrein met mogelijke archeologische waarden (oeverwallen) op een diepte vanaf 50 cm onder maaiveld;
  • - waarde 5: terrein met door het college vastgestelde archeologische waarde;
  • - waarde 6: terrein met mogelijke archeologische waarden (prehistorie, scheeps- en vliegtuigwrakken buitendijks).

3.. De onder lid 1 bedoelde beleidskaart dient integraal in alle toekomstige bestemmingsplannen, omgevingsplannen en beheersverordeningen te worden overgenomen, met een met deze verordening overeenkomende bescherming.