Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.1.

Algemene bepalingen op basis van de APV

Onderdeel van Nota Horecabeleid 2016-2020

Het bevoegde bestuursorgaan beslist over een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Het bestuursorgaan kan de termijn ten hoogste met acht weken verdagen. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie krachtens de APV een vergunning of ontheffing is verleend is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en/of beperkingen na te komen. Bij overname van een horecabedrijf door een nieuwe ondernemer, moet door hem of haar een nieuwe vergunning worden aangevraagd. Een verleende exploitatievergunning is namelijk persoonsgeboden en is niet overdraagbaar. In afwachting van de vergunning hanteert de gemeente de mogelijkheid van tussentijds doordraaien op de oude vergunning. Indien binnen vier weken na de overdacht van het bedrijf een aanvraag tot vergunning ingediend wordt blijft, behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of omstandigheden zich daartegen verzetten, de oude vergunning van kracht totdat op de aanvraag een besluit is genomen. Indien binnen vier weken na de overdracht van het bedrijf geen aanvraag tot vergunning wordt ingediend bij de gemeente vervalt de oude vergunning. De exploitatievergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd. Zolang geen beëindiging of wijziging wordt doorgegeven door de ondernemer of paracommerciële rechtspersoon en zolang de vergunning niet wordt ingetrokken op grond van de wet– en regelgeving blijft de verleende vergunning geldig.

Rechtspraak bij dit artikel