Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Horen klager en beklaagde

Onderdeel van Interne Klachtenregeling 2015

1. De klager en de beklaagde, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord; 2. Het horen geschiedt door de klachtenbehandelaar: a) of zijn plaatsvervanger als beklaagde de klachtenbehandelaar is, b) en het afdelingshoofd als beklaagde medewerker is van zijn afdeling, c) en de gemeentesecretaris als beklaagde een afdelingshoofd of een staffunctionaris is, d) en de burgemeester als beklaagde een college(lid) en de gemeentesecretaris is; e) en de loco-burgemeester als beklaagde de burgemeester is; 3. Het horen vindt plaats binnen vier weken na de datum waarop alle relevante bescheiden zijn ontvangen en wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3; 4. Indien de klachtenbehandelaar, tijdens het horen, blijkt dat verzoening tussen partijen plaatsvindt, maakt hij daarvan een verslag op dat door beide partijen wordt ondertekend en wordt meegezonden met het rapport van bevindingen; 5. Van het horen van de klager en/of de beklaagde, kan worden afgezien indien zij hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, dan wel indien het klaagschrift kennelijk ongegrond is; 6. Op verzoek van de klager of de beklaagde, dan wel op eigen initiatief, kan de klachtenbehandelaar, gelet op de specifieke situatie, ervoor kiezen beide partijen afzonderlijk te horen; 7. Van het horen wordt een verslag gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel