Hoofdregel
Bijzondere bijstand is op grond van artikel 35 lid 1 Participatiewet
slechts mogelijk voor de uit bijzondere
omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke
kosten van het bestaan. De kosten, die verband houden met een verhuizing
of (her)inrichting behoren tot de
incidenteel
voorkomende algemeen
noodzakelijke kosten van het bestaan. Dergelijke kosten moeten worden
voldaan uit de bijstandsuitkering of het daarmee in hoogte vergelijkbaar
inkomen, hetzij door middel van reservering, hetzij door gespreide
betaling achteraf. Hieruit volgt dat er in beginsel geen bijzondere
bijstand verstrekt wordt voor de kosten van verhuizing, herinrichting en
woninginrichting.
In paragraaf 2.1 Duurzame Gebruiksgoederen staan enkele
goederen vermeld welke ‘om niet’ onder voorwaarden worden verstrekt,
deze verstrekking vindt plaats onder toepassing van de richtlijn
duurzame gebruiksgoederen.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor vergoeding van de kosten van
verhuizing, herinrichting en woninginrichting wordt de onderstaande
volgorde voor toekenning aangehouden:
Welke mogelijkheden heeft cliënt zelf om te voorzien in deze
kosten? (bescheiden vermogen hoger dan € 2.000,00)
Lening GKB
Borgstelling GKB
Bijstand in de vorm van een lening (leenbijstand)
Bijstand om niet
Bijzonderheden
Als de behandelingsduur van een aanvraag om een voorliggende voorziening
zodanig veel tijd vergt dat daardoor de verhuizing op losse schroeven
komt te staan, kan bijstand worden verleend voor een noodzakelijke
verhuizing. De cliënt moet dan overigens aan de voorwaarden tot
bijstandsverlening voldoen. Als voorwaarde dient gesteld te worden, dat
cliënt een beroep doet op de betreffende voorliggende voorziening en de
eventueel toe te kennen uitkering aan het college van B&W
cedeert.
Statushouders
Bij vestiging van statushouders in de gemeente De Wolden wordt de
woning, in samenwerking met Vluchtelingenwerk Noord Nederland en de
statushouders, ingericht. Voor de inrichtingskosten, die op grond van de
Prijzengids van het Nibud wordt vastgesteld, wordt via de gemeente een
lening verstrekt.
Verhuizing en begripsbepaling
Kosten woninginrichting
Deze kunnen worden onderscheiden in:
aanschaf huisraad en andere duurzame gebruiksgoederen (geen
vervanging);
de mogelijkheid van overname van goederen van de vorige
bewoner;
het bedrag dat cliënt(e) ontvangt uit de goederen die kunnen
worden overgedaan aan de nieuwe bewoner van de woning die
voorheen werd bewoond;
stoffering die kan worden overgenomen.
Belangrijk
Bij het behandelen van een aanvraag wordt onder meer rekening gehouden
met:
Eerste woninginrichting
Voor een eerste woninginrichting kan in het kader van de
Participatiewet nooit bijstand worden verstrekt. Dus
ook geen borgstelling. In deze situatie wordt men geacht door
reservering c.q. gespreide betaling achteraf, hierin te
voorzien;
vermogen
Bij de beoordeling van een aanvraag om bijstand voor verhuis-
en/of herinrichtingskosten dient het zgn. bescheiden vermogen
tot € 2.000,-- te worden vrijgelaten;
verhuizing naar andere gemeente
Bij verhuizing naar een andere gemeente beslist de gemeente waar
men zich gaat vestigen op de bijstandsaanvraag voor de kosten
van (her)inrichting en de indirecte verhuiskosten (waarborgsom,
aansluitkosten e.d.).
Als bijstand wordt gevraagd door een weggelopen minderjarige wordt
nagegaan of de ouders bereid en in staat geacht kunnen worden de kosten
voor hun rekening te nemen. Wanneer sprake is van echtscheiding c.q. een
procedure tot echtscheiding wordt aangedrongen op de totstandkoming van
een boedelscheiding waarmee rekening kan worden gehouden bij de
vaststelling van de noodzakelijke kosten.
Verhuizing en vaststelling noodzaak van verhuizing
Uitgangspunten
Als de noodzaak ontbreekt dan wordt de aanvraag direct
afgewezen. In dit verband wordt behalve de noodzaak van
verhuizing ook de voorzienbaarheid en uitstelbaarheid van
verhuizing onderzocht en in de rapportage vastgelegd.
Ook als een verhuizing/herinrichting noodzakelijk is, kan in het
algemeen geen bijstand worden verleend in verhuis- en
herinrichtingskosten, omdat deze kosten behoren tot de algemeen
noodzakelijke kosten van het bestaan, die uit het ter
beschikking staande inkomen dienen te worden bestreden. Zie het
rijtje van beoordelingsvolgorde op pagina 14.
Bijzonderheden
Alleen bij bijzondere, zich onverwacht voordoende omstandigheden
(waarbij de WMO ook geen vergoeding kan bieden) kan er
aanleiding zijn bijstand te verlenen wanneer geen of onvoldoende
reserveringscapaciteit aanwezig is. Voor het bepalen van de
voorzienbaarheid van de verhuizing is onder andere de
inschrijvingsdatum als woningzoekende van belang.
In zeer bijzondere situaties (acute noodsituaties) kan er een
urgentieverklaring bij de Woningbouwvereniging aanwezig zijn en
hierbij een rol spelen. Als met name medische factoren in het
geding zijn kan een medische indicatie bij een indicatiestellend
orgaan (bijv. Zenit) worden aangevraagd. Hierbij dient er
rekening mee te worden gehouden dat de aanwezigheid van een
sociale of medische indicatie op zich geen reden kan vormen om
bijstand te verlenen (ook dan behandelingsvolgorde van pagina 20
toepassen).
Bijstandsverlening voor een verhuizing enkel op grond van een
sociale of medische indicatie is in het algemeen niet
mogelijk.
In de rapportage dienen alle feiten en omstandigheden die tot de
verhuizing hebben geleid (zowel medisch als sociale) te worden
vermeld, teneinde de noodzaak van de verhuizing te kunnen
vaststellen.
Voorbeeld
Een jeugdig echtpaar dat bijvoorbeeld in verband met de komst van een
kind naar een eengezinswoning wenst te verhuizen of een wat ouder
echtpaar dat een kleinere woning wenst te betrekken zal in verband met
de voorzienbaarheid van de verhuizing zelf in de verhuis- en
herinrichtingskosten dienen te voorzien. Bijvoorbeeld door middel van
het aangaan van een lening bij de geëigende kredietverlenende
instelling, respectievelijk de verhuizing moet uitstellen totdat
voldoende is gereserveerd.
N.B.:
Als het gebruikelijke onderzoek (naar de voorzienbaarheid en
uitstelbaarheid) niet kan plaatsvinden omdat cliënt direct een
beslissing op zijn aanvraag wenst, respectievelijk nodig heeft, dan
wordt daar in het algemeen niet op ingegaan (evenmin voor de betaling
van de waarborgsom). Dit geldt temeer als betrokkene al over
zelfstandige huisvesting beschikt. Het college van B&W heeft een
redelijke termijn nodig voor het afhandelen van de aanvraag.
Berekening reserveringscapaciteit, verhuizing of
(her)inrichting
Als regel zal het bij een verhuizing om voorzienbare kosten gaan. Vanaf
het moment, dat men op de hoogte is van de noodzaak tot verhuizen, wordt
men geacht om hiervoor van zijn inkomen, ook van een bijstandsuitkering
te reserveren. Het moment, waarop men geacht wordt een aanvang te maken
met reserveren kan, gelet op voorgaande, gelegen zijn voor de datum van
inschrijving als woningzoekende. Men dient echter tenminste vanaf de
datum van inschrijving te reserveren. Daarom dient aan deze
inschrijvingsdatum geen doorslaggevende betekenis te worden gehecht bij
de bepaling van de reserveringscapaciteit.
Voorbeelden:
Iemand woont al vele jaren op een bepaald adres. Sinds geruime
tijd zijn er problemen met de verhuurder wegens achterstallig
onderhoud. Men heeft last van ongedierte in de woning. Client
besluit uiteindelijk zich te laten inschrijven als
woningzoekende, waarna op zeer korte termijn een
woningtoewijzing volgt. In casu is sprake van een voorzienbare
verhuizing vanaf een moment ruimschoots gelegen voor de
inschrijvingsdatum bij de Woningbouwvereniging. Vanaf dat moment
wordt cliënt geacht te reserveren.
Voor een inwonend gezin geldt in zijn algemeenheid, dat men
vanaf de datum van inwoning al bezig is met de verkrijging van
andere, zelfstandige woonruimte. Als basis voor het te
reserveren bedrag kan in ieder geval worden aangehouden de
aflossingsbedragen bij een lening (bij verblijf in een pension
zal dit gewoonlijk niet haalbaar zijn). Bij inwoning ligt het
reserveringsbedrag in zijn algemeenheid hoger. Potentiele
cliënten voor verhuis- en/of (her)inrichtingskosten zullen in
bepaalde gevallen bij deze afdeling bekend kunnen zijn. Al in
het beginstadium moeten deze cliënten ook met betrekking tot
eventuele herinrichtingskosten worden gewezen op de werkwijze in
deze en op de spelregels die hiervoor gelden. Niet betaalde
woonkosten in verband met inwoning kunnen als extra reserve
voorverhuizing en (her)inrichting worden aangemerkt.
Verhuizing of (her)inrichting en eigen
verantwoordelijkheid
De manier waarop de huishouding is gevoerd en/of bijvoorbeeld de hoogte
van het kostgeld dat men heeft betaald, kan van belang zijn om de
reserveringsmogelijkheid in redelijkheid te kunnen bepalen. De
rapportage zal hierop het antwoord moeten geven. Als er niet is
gereserveerd terwijl hiertoe wel de mogelijkheid was, kan gelet op
voorgaande geen bijstand worden verleend. Slechts in uitzonderlijke
schrijnende situaties kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Wegens
een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid dient dan een
verlaging van de te verlenen bijstand tot een absoluut minimum en/of een
verlenging van de aflossingsduur te worden overwogen.
Verhuizing of (her)inrichting en vermogen c.q.
reservering
Als cliënt eigen vermogen heeft c.q. heeft gereserveerd komt de vraag op
waarvoor het vermogen c.q. de reservering moet worden gebruikt. Omdat de
Participatiewet een aanvullend karakter draagt en volstaan dient te
worden met een passende goedkope voorziening dient de te verlenen
bijstand zoveel mogelijk in de vorm van een geldlening te worden
verstrekt. Hierbij moet rekening worden gehouden met de
draagkrachtregels zoals deze gelden voor duurzame gebruiksgoederen (zie
draagkracht en vermogen/ inkomen).
Verhuizing en wijze van aflossing
Voor verstrekking van leenbijstand dient er een concrete, reële, direct
ingaande aflossingsregeling te zijn getroffen, die in het algemeen
gebaseerd dient te zijn op de geldende aflossingsbedragen. Door de GKB
kan normaliter een lening verstrekt worden ter hoogte van de
aflossingsbedragen over een termijn van 3 jaar. Bij een hoger inkomen
dan bijstand zal dit bedrag hoger zijn. Voor zover de noodzakelijke
kosten hoger zijn dan dat bedrag, zal aanvullend bijstand "om niet"
verstrekt kunnen worden.
Verhuizing en borgstelling
De GKB kan soms wel bereid zijn een lening te verstrekken, maar alleen
onder
borgstelling van de gemeente. Het verlenen van borgstelling is een vorm
van
bijstandsverlening, die aan dezelfde wettelijke regels is gebonden als
andere vormen van bijzondere bijstand.
Verhuizing en leenbijstand
Als kredietverlening door de GKB niet kan plaatsvinden (ook niet onder
borgstelling), kan in de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen
leenbijstand worden verstrekt, eventueel met aanvullende bijstand ‘om
niet’, zie hierna.
Verhuizing en waarborgsom
Voor de waarborgsom kan geen bijstand worden verleend. Een waarborgsom
behoort niet tot de bijzondere kosten, maar tot de incidenteel
voorkomende algemene kosten van het bestaan. Men wordt geacht hier zelf
voor te reserveren.
Bijzondere omstandigheden/maatwerk
Mochten er op grond van bijzondere omstandigheden toch redenen
zijn om hiervoor bijstand te verstrekken dan dient dit in de
vorm van een geldlening te geschieden.
Uitgangspunt is dat de bijstand direct wordt terugbetaald. Mocht
er echter bijvoorbeeld naast de waarborgsom ook bijstand zijn
verleend voor inrichtingskosten (eventueel onder borgstelling)
dan dient die aflossing aansluitend plaats te vinden.
Het enkele feit dat de cliënt al 3 jaar moet aflossen voor de
terugbetaling van duurzame goederen is nadrukkelijk geen reden
de waarborgsom ‘om niet’ te verstrekken.
Verhuizing en mogelijkheden bijstand ‘om niet’
De directe kosten van de verhuizing, zoals de (dubbele) huur,
kosten
verhuisbusje/boedelbak tot maximaal € 100,00 (staat niet in Nibud), verf
en behang kunnen ’om niet‘ verstrekt worden. In (echt) bijzondere
situaties kan ook in de kosten van (her)inrichting bijstand ’om niet‘
worden verleend. Hierbij valt te denken aan een gedwongen verhuizing op
medische gronden binnen een periode van 5 jaar. Het zou niet verantwoord
zijn betrokkene dan nogmaals met een lening te belasten.
Richtprijzen verhuiskosten en
herinrichtingskosten
Voor de richtprijzen voor verhuiskosten en herinrichting wordt verwezen
naar de Prijzengids van het Nibud. Van deze richtprijzen kunnen goederen
van een redelijke kwaliteit en uitvoering worden aangeschaft. Hierbij
wordt uitdrukkelijk gesteld, dat deze prijzen in zijn algemeenheid als
maximum prijzen dienen te worden gehanteerd. Is cliënt in staat om de
noodzakelijke goederen voor een lager bedrag aan te schaffen, bv via
internet of een kringloopwinkel, dan wordt de hoogte van de bijstand
hierop afgestemd. Hierbij geldt dat een lager bedrag bij een lening ook
in het belang van de cliënt is. Verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij
cliënt.
De Prijzengids van het Nibud dient als hulpmiddel bij de vaststelling
van een eventuele maximale bijstand. Vooraf dient te worden vastgesteld,
welke verstrekkingen als noodzakelijk in de zin van de Participatiewet
dienen te worden aangemerkt. Als bij een totaalinrichting bepaalde
goederen al aanwezig zijn, kan de Prijzengids een indicatie geven met
welke bedragen het totaalbedrag dient te worden verminderd.
Toetsingskader bijzondere bijstand voor verhuizing, her- en
woninginrichting
Het inkomen en/of uitkering van de aanvrager moet gelijk zijn
aan of lager dan 110% van het geldende sociaal minimum en het
vermogen moet beneden de toepasselijke vermogensgrens
liggen.
De kosten, die verband houden met een verhuizing of
(her)inrichting behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen
noodzakelijke kosten van het bestaan. Dergelijke kosten moeten
in beginsel worden voldaan uit de bijstandsuitkering of het
daarmee in hoogte vergelijkbare inkomen, hetzij door middel van
reservering vooraf, hetzij door gespreide betaling
achteraf.
Ontbreekt de noodzaak voor de verhuizing, is de verhuizing
voorzienbaar of uit te stellen dan wordt de aanvraag afgewezen.
Slechts in zeer bijzondere situaties kan er aanleiding zijn
bijzondere bijstand toe te kennen.
Bij de berekening van het vast te stellen bedrag wordt slechts
rekening gehouden met noodzakelijk aan te schaffen
goederen.
Voor de richtprijzen van verhuizing en herinrichting wordt
aansluiting gezocht bij de Prijzengids van het Nibud, dit zijn
maximale richtprijzen.
Deel 3
Artikel 3.1
Verhuizing, herinrichting en woninginrichting
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2016