Algemeen
Indien sprake is van een zelfstandige in de zin van het Bijstandsbesluit
zelfstandigen 2004 dan is de wijze van inkomsten korten zoals vroeger
bedoeld in artikel 45 lid 2 ABW sub b en artikel 6 lid 2 huidig Bbz van
toepassing. De zogenaamde loonheffing bij zelfstandigen wijzigt per
(belasting)jaar. Voor 2013 bedraagt de loonheffing 23%, voor 2014 21% en
voor 2015 en 2016 20%.
Door deze forfaitaire vaststelling zijn voor zelfstandigen eventuele
toekomstige belasting- en premieteruggaven of –naheffingen niet van
belang en blijven buiten beschouwing als inkomen.
Uitzondering – inkomsten uit marginale zelfstandige
activiteiten
Inkomsten uit marginale zelfstandige activiteiten kunnen op aanvraag
door alle in de bijstand te onderscheiden categorieën van
bijstandsgerechtigden worden verworven.
Hierbij moet worden gedacht aan productieve activiteiten van geringe
omvang, die bescheiden inkomsten opleveren en die voor eigen rekening en
risico worden uitgevoerd door uitkeringsgerechtigden met een grote
afstand tot de arbeidsmarkt vanwege oorzaken als sociaal-culturele
achtergronden, het ontbreken van opleiding, het gebrek aan ervaring met
werken in loondienst, of de lange werkloosheidsduur. Kenmerkend voor
deze activiteiten is dat deze naar verwachting ook op termijn, niet
zullen leiden tot voldoende inkomsten om zelfstandig in de kosten van
het levensonderhoud te voorzien.
De werkcoaches bepalen of de bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten van
bescheiden omvang zijn of niet. De werkcoaches bepalen of er toestemming
wordt verleend voor deze activiteiten. Als richtlijn geldt dat de tijd
die aan deze activiteiten wordt besteed, zich beperkt tot maximaal 20
uur per week. Wanneer de activiteiten van meer dan bescheiden omvang
zijn, kan de belanghebbende voor de keus worden gesteld om:
of de activiteiten terug te brengen tot een bescheiden omvang
(marginale inkomsten)
of de activiteiten uit te bouwen tot een volwaardig bedrijf of
beroep, eventueel met behulp van het Bbz 2004.
of voor deze zakelijke activiteiten een zakelijke rekening te
openen.
Indien de zelfstandige niet voldoet aan de eisen die het
Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 stelt, dan is de wijze van korten
volgens forfaitaire vaststelling niet aan de orde. In de situatie dat er
sprake is van marginale werkzaamheden als zelfstandige, wordt de
bijstand achteraf op jaarbasis berekend. De bijstand wordt per maand
voorlopig berekend onder aftrek van de opgegeven inkomsten (aan de hand
van het ingeleverde Wufje). Na afloop van een kalenderjaar vindt de
definitieve berekening van de bijstand plaats op basis van de
jaarstukken. Overigens dient opgemerkt dat er in een dergelijke situatie
slechts bijstand kan worden verleend met als uitgangspunt dat de
belanghebbende arbeid in dienstbetrekking gaat zoeken.
Om die reden worden gevestigde en startende zelfstandigen en
bijstandsgerechtigden die aangemerkt worden als pre-starters (art 2 lid
3 Bbz 2004), ook al ligt het eigen inkomen beneden de bijstandsgrens,
niet als marginaal zelfstandigen aangemerkt. Voor hen gelden de regels
voor bijstandsverlening aan zelfstandigen.
Korten inkomsten
De inkomsten van de zelfstandige die
algemene bijstand ontvangt en;
inkomsten uit (zelfstandige) arbeid geniet,
dienen bruto gekort te worden.
De inkomsten worden in beginsel voor 100% in mindering gebracht op de
van
toepassing zijnde bijstandsnorm. De vrijlatingsbepalingen van artikel
31, tweede lid Participatiewet, zijn – voor zover aan de overige
voorwaarden is voldaan – onverkort van toepassing. Dit geldt ook voor de
vrijlating van inkomsten Participatiewet, Ioaw en Ioaz.
Bijstand voor belasting(aanslag)
Indien een belanghebbende achteraf na korting van de inkomsten op grond
van de Participatiewet een belastingaanslag ontvangt, dan kan algemene
bijstand verstrekt worden voor de kosten die deze belastingaanslag met
zich mee brengt en die betrekking hebben op de marginale werkzaamheden
als zelfstandige.
Toetsingskader korten inkomsten zelfstandige
Indien sprake is van een zelfstandige in de zin van het
Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 dan wordt voor de
inkomstenkorting uiteraard aansluiting gezocht bij de
toepasselijke wetgeving.
Inkomsten uit marginale zelfstandige activiteiten zijn
toegestaan, mits:
productieve activiteiten van bescheiden omvang (maximaal
20 uur/week),
die bescheiden inkomsten opleveren en
die voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd
door,
uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de
arbeidsmarkt
kenmerkend voor deze activiteiten is dat deze naar
verwachting ook op termijn, niet zullen leiden tot
voldoende inkomsten om zelfstandig in de kosten van het
levensonderhoud te voorzien,
bovendien blijft de sollicitatieplicht bestaan.
voor de activiteiten dient er sprake te zijn van een
zakelijke rekening.
De inkomsten uit marginale zelfstandige activiteiten worden
maandelijks voor 100% (bruto) in mindering gebracht op de
uitkering, na afloop van een kalenderjaar. Betrokkene moet zich
uitschrijven bij de Kamer van Koophandel en de aangifte is niet
als zelfstandige maar als overige werkzaamheden.
Deel 3
Artikel 3.3
Inkomsten zelfstandige korten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2016