Hoofdregel
In de Participatiewet -norm zit een bedrag begrepen voor woonkosten. Bij
hogere woonkosten dan het bedrag dat in de norm is begrepen, kan
huurtoeslag worden aangevraagd. Slechts in die situaties waarin nog geen
aanspraak op huurtoeslag bestaat of er wel aanspraak bestaat, maar de
huurtoeslag ontoereikend is, kan een woonkostentoeslag worden
verstrekt.
Periode van toekenning
De woonkostentoeslag wordt toegekend voor maximaal 1 jaar en de
verhuisplicht wordt expliciet opgelegd in de
toekenningsbeschikking.
Verlenging van de woonkostentoeslag (nadat een nieuwe aanvraag is
ingediend door belanghebbende) is mogelijk indien belanghebbende aan kan
tonen dat hij in redelijkheid zijn eigen woning niet heeft kunnen
verkopen en geen goedkopere woonruimte heeft kunnen verkrijgen. Ingeval
van een nieuwe aanvraag dient belanghebbende aan te geven waarom de
woning nog niet is verkocht en welke acties door belanghebbende en zijn
makelaar zijn ondernomen om de woning te verkopen en/of waarom het nog
niet is gelukt om goedkopere woonruimte te vinden. Denk hierbij
aan:
hoeveel bezichtigingen er zijn geweest,
is er geadverteerd met de woning en hoe vaak,
hoeveel biedingen zijn gedaan en waarom zijn deze
afgewezen,
hoe vaak is gereageerd op passende huurwoningen,
hoe vaak is een bod uitgebracht op een goedkopere
koopwoning,
is de verkoopprijs gedaald tijdens verkooppogingen,
is er sprake van NHG, dan mogelijkheden bezien of de woning
verkocht kan worden.
Als tijdens de nieuwe aanvraag blijkt dat belanghebbende geen of in
onvoldoende mate tracht zijn woning te verkopen en andere goedkopere
huisvesting te verkrijgen wordt de nieuwe aanvraag afgewezen.
Verhuisplicht
De invulling van de verhuisplicht is als volgt:
Binnen 10 dagen na verzending van het toekenningsbesluit
woning te koop aanbieden via een erkende makelaar tegen een
reële prijs
reële prijs is niet hoger dan de WOZ-waarde van de woning
inschrijving bij tenminste 2 woningcorporaties (Actium en
Woonconcept)
bij zoektocht naar goedkopere woonruimte niet beperken tot de
gemeente De Wolden
Uitzonderingen verhuisplicht
De verhuisplicht wordt niet opgelegd indien er sprake is van een
aangepaste woning en verhuizing op problemen stuit. Dit zou ook het
geval kunnen zijn indien de bewoners van de woning een zodanig hoge
leeftijd hebben bereikt dat verhuizing niet meer verwacht kan worden,
denk hierbij aan het wegvallen van sociale contacten, mantelzorg etc.
Afweging hiervan is aan de consulent op individuele gronden.
Deze beleidsregels dienen zowel op koop- als op huurwoningen hetzelfde
effect te hebben.
Woonkostentoeslag bij recreatiewoningen
Dit geldt echter niet voor recreatiewoningen. Onder de tot 1 januari
2006 geldende Huursubsidiewet moest er sprake zijn van woningen bestemd
voor permanente bewoning. Een recreatiewoning is niet bestemd voor
permanente bewoning en viel daarmee niet onder de huursubsidiewet.
Hoewel er ten aanzien van de huurtoeslag niets is geregeld over
recreatiewoningen moet er vanuit worden gegaan dat de wetgever niet de
bedoeling heeft gehad hierin iets te veranderen. Bij twijfel of een
woning een recreatiewoning is, kan dit worden gecheckt bij de afdeling
VROM, cluster Ruimtelijke Ontwikkeling. Zij kunnen in het
bestemmingsplan nakijken of een adres een recreatiewoning of een woning
voor permanente bewoning betreft.
De huurtoeslag moet worden gezien als een passende en toereikende
voorliggende voorziening, die gezien aard en doel toereikend moet worden
geacht (art. 15 Participatiewet). Slechts als er sprake is van zeer
dringende redenen, kan worden afgeweken van de regel dat geen bijstand
wordt verstrekt als er een passende en toereikende voorliggende
voorziening aanwezig is (art. 16, lid 1 Participatiewet).
Zeer dringende redenen
Wat moet nu onder zeer dringende redenen worden volstaan? Volgens de
jurisprudentie moet het dan gaan om (levensbedreigende) noodsituaties.
Het gaat dan om zeer extreme situaties.
Slechts als aan die voorwaarde is voldaan kan worden gesproken van een
noodsituatie. In een dergelijke situatie kan bijzondere bijstand, zoals
een woonkostentoeslag, worden verstrekt.
Noodsituatie
Als er sprake is van een noodsituatie kan de woonkostentoeslag beperkt
worden tot toekenning voor maximaal een halfjaar. Na dit halfjaar wordt
in principe de bijstand beëindigd. Als er nog steeds sprake is van een
levensbedreigende situatie, dan moet opnieuw een aanvraag worden
ingediend.
Kamerbewoners en woonkostentoeslag
Aan kamerbewoners kan in het algemeen geen woonkostentoeslag worden
verleend.
Eigen woning/nog geen recht op huurtoeslag
In bepaalde gevallen kan echter een woonkostentoeslag, als bijzondere
bijstand, worden
verleend, te weten:
er bestaat (nog) geen (volledig) recht op huurtoeslag
woonkosten eigen woning boven minimale norm huur
Ook in gevallen waarin men geen bijstand ontvangt en waarbij het inkomen
van de aanvrager en diens partner (iets) hoger is dan het
bijstandsniveau, kan een woonkostentoeslag worden verstrekt. Dit geldt
zowel voor huur- als
eigendomswoningen. De ruimte in het inkomen boven het bijstandsniveau
dient dan helemaal te worden besteed aan de woonkosten. Het meerdere van
de woonkosten kan opgevangen worden met een woonkostenvergoeding.
Woonkostentoeslag en huurwoning.
Voor situaties, waarin (nog) geen huurtoeslag wordt ontvangen, dan wel
deze uit een oogpunt van bijstandsverlening ontoereikend moet worden
geacht, kan een (tijdelijke) woonkostentoeslag toegekend worden.
Alleen in de hierna weergegeven situaties kan een woonkostentoeslag
worden
toegekend.
Als een beroep op bijstand moet worden gedaan, kunnen zich de volgende
situaties voordoen:
Er bestaat voor betrokkene nog geen aanspraak op
huurtoeslag
In dat geval kan tijdelijk een woonkostentoeslag worden
toegekend ter vervanging van en overbrugging naar
huurtoeslag.
Er bestaat wel aanspraak, maar de huurtoeslag is
ontoereikend
In sommige situaties biedt de huurtoeslag niet een voldoende
oplossing. Dit kan het geval zijn wanneer na toekenning van de
huurtoeslag het inkomen sterk zou dalen. De daling van het
inkomen moet worden doorgeven aan de belastingdienst. De
belastingdienst maakt dan een herberekening, waardoor recht op
een hogere huurtoeslag zou kunnen ontstaan. Ondanks een hogere
huurtoeslag kan in zo’n situatie mogelijk recht op een
aanvullende woonkostentoeslag bestaan.
Bij verandering in de persoonlijke situatie moet de wijziging worden
doorgegeven. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat het inkomen verandert of
omdat de huurkosten veranderen. Na elke wijziging die van invloed is op
de hoogte van de toeslag wordt een bericht ontvangen met het nieuwe
toeslagbedrag. Als recht bestaat op een huurtoeslag bestaat er over het
algemeen ook recht op een zorgtoeslag.
Woonkosten boven de maximaal subsidiabele huur
Bij de verstrekking van een vergoeding voor woonkosten, die meer
bedragen dan de maximaal subsidiabele huur, dient in ieder geval
rekening te worden gehouden met eventuele draagkracht. De
woonkostentoeslag wordt gedurende een jaar verleend, waarbij zo nodig
een verhuisplicht wordt opgelegd. De termijn kan telkens met hoogstens
een jaar worden verlengd, wanneer cliënt al het mogelijke heeft gedaan
en er desondanks niet in is geslaagd te beschikken over goedkopere
huisvesting (er is dan sprake van een
uitzonderlijke situatie).
In het algemeen is een bedrag aan woonkosten boven de maximale
huurtoeslag-grens niet aanvaardbaar; daarom wordt aan de
bijstandsverlening steeds de voorwaarde verbonden dat betrokkene dient
om te zien naar goedkopere huisvesting. Als tijdens het heronderzoek
blijkt dat cliënt geen of in onvoldoende mate tracht andere huisvesting
te verkrijgen, zal betrokkene schriftelijk op de consequenties worden
gewezen. Bij verder in gebreke blijven, zal in het algemeen de
woonkostentoeslag worden beëindigd.
De woonkostentoeslag fixeren op de maximum huurtoeslag grens om aldus de
hiervoor genoemde voorwaarde te omzeilen is niet toegestaan. Dit geldt
ook als cliënt bereid zou zijn het meerdere boven de maximale
huursubsidiegrens voor zijn rekening te nemen. Kosten boven de maximale
huurgrens worden 100% vergoed.In sommige situaties biedt de huurtoeslag
niet een voldoende oplossing. Dit kan het geval zijn wanneer na
toekenning van de huurtoeslag het inkomen sterk zou dalen. De daling van
het inkomen moet worden doorgeven aan de belastingdienst. De
belastingdienst maakt dan een herberekening, waardoor recht op een
hogere huurtoeslag zou kunnen ontstaan. Ondanks een hogere huurtoeslag
kan in zo’n situatie mogelijk recht op een aanvullende woonkostentoeslag
bestaan.
Belangrijk:
Op de woonkosten dienen de kosten in mindering te worden gebracht in
verband met:
een tot de woning of wooneenheid behorende garage, parkeer- of
bedrijfsruimte;
het gebruik van meubelen of stoffering en de levering van water
en gas, elektriciteit en andere energie;
een centrale antenne-installatie;
de levering van warmte.
Tijdelijke woonkostentoeslag en eigen woning.
Door voor de eigenaar-bewoners aan te sluiten bij de bedragen en grenzen
van de huurtoeslag, wordt bereikt dat de ontvangers van een
Participatiewet -uitkering met een eigen huis dezelfde bedragen voor
woonkosten uit hun uitkering moeten voldoen als huurders.
Berekening van de woonkosten bij eigen woning (maandbedragen
aanhouden)
a.
Rente hypothecaire geldlening (zie hieronder NB
1)
€
b.
Waterschapslasten
€
c.
Onroerende zaakbelasting (eigenaarsdeel)
Let op: in bepaalde gevallen kan kwijtschelding
verkregen worden
€
d.
Brand/opstalverzekering (geen
inboedelverzekering)
€
e.
Erfpachtkanon
€
f.
Kosten voor onderhoud tot bedrag dat maximaal geldt
voor:
Vooroorlogse woning
€
Naoorlogse woning
---------
+
Totale lasten
€
Af: rijkssubsidie woningbouw
€
Woonlasten = rekenhuur
€
Belangrijk:
Voorlopige teruggaaf in verband met aftrekposten eigen
woning.
Vanaf 1 januari 1999 kan iedereen met een eigen woning die
hypotheekrente betaalt een voorlopige teruggaaf verkrijgen, die
maandelijks door de belastingdienst aan betrokkene wordt betaald. Ook
personen met een uitkering op grond van de Participatiewet kunnen
hiervoor in aanmerking komen. Deze regeling wordt beschouwd als
voorwaarde voor de woonkostentoeslag. Dit betekent dat de
woonkostentoeslag nog slechts een aanvullend karakter kan hebben op deze
voorlopige teruggaaf. Uiteraard zal bijstelling plaats kunnen vinden,
wanneer bij de definitieve teruggaaf bijbetaald moet worden vanwege een
te hoog bedrag aan voorlopige teruggaaf. Bij teruggave ingeval van
verleende bijstand kan tot terugvordering besloten worden.
N.B. 1:
Aftrek hypotheeklasten
Geen rekening wordt gehouden met de aflossingen en met de premie
levensverzekering, die vaak gekoppeld is aan een hypothecaire
geldlening.
Het is van belang -vooral bij aanwezigheid van een tweede hypotheek- na
te gaan voor welke doeleinden een hypotheek is bestemd.
Blijkt de hypothecaire lening te zijn afgesloten voor andere doeleinden
dan de aankoop van een huis, bijv. voor financiering van een auto,
caravan, woninginrichting of verbouwing, dan dient op basis van
individualisering te worden beoordeeld of in de volledige
hypotheeklasten een woonkostentoeslag kan worden toegekend. De hypotheek
is dan voor een deel te vergelijken met een consumptief krediet.
N.B. 2:
Nationale hypotheekgarantie uitzoeken
In sommige situaties is er een nationale hypotheekgarantie afgegeven
voor de
hypothecaire lening. Deze garantie houdt in, dat het ontbrekende bedrag
aangevuld wordt ten behoeve van de hypotheeknemer (= de bank) als uit de
opbrengst van de gedwongen verkoop van de woning de hypothecaire schuld
niet afgelost kan worden. Toekenning c.q. verlenging van een
woonkostentoeslag of andersoortige bijstand kan er niet toe leiden een
gedwongen verkoop te voorkomen c.q. uit te stellen als toekenning c.q.
verlenging van die bijstand volgens het hiervoor beschreven
bijstandsbeleid niet mogelijk is.
In die gevallen waarin door het gedurende korte tijd verlenen van
woonkostentoeslag een gedwongen woningverkoop kan worden voorkomen,
dient een beleidsbeslissing te worden getroffen.
N.B. 3:
Hoge woonkosten
Verstrekking van bijstand voor woonkosten komt overeen met huurtoeslag
bij
huurwoningen. Ook bij hoge huur krijgt men niet alle kosten via de
huurtoeslag vergoed.
Berekeningswijze van de woonkostentoeslag
De woonkostentoeslag wordt gelijk aan de huurtoeslag uitgevoerd.
Toetsingskader woonkostentoeslag
In de Participatiewet -norm zit een bedrag begrepen voor
woonkosten. Bij hogere woonkosten dan het bedrag dat in de norm
is begrepen, kan huurtoeslag worden aangevraagd. Slechts in die
situaties waarin nog geen aanspraak op huurtoeslag bestaat of er
wel aanspraak bestaat, maar de huurtoeslag ontoereikend is, kan
een woonkostentoeslag worden verstrekt.
De hoofdregel zoals vermeld onder 1. geldt niet voor
recreatiewoningen. Slechts in zeer dringende gevallen (=
levensbedreigend) kan voor de duur van een half jaar
woonkostentoeslag worden toegekend.
De hoofdregel zoals vermeld onder 1. geldt ook niet voor
kamerbewoners.
Huurwoning:
woonkostentoeslag mogelijk ter vervanging van en ter
overbrugging naar huurtoeslag;
woonkostentoeslag mogelijk indien huurtoeslag
ontoereikend is;
tijdelijk (= max. 1 jaar) woonkostentoeslag mogelijk
indien sprake is van huur boven de maximaal subsidiabele
huur, onder de voorwaarde dat wordt omgezien naar
goedkopere woonruimte.
Eigen woning:
voor woonkostentoeslag wordt aangesloten bij de bedragen
en grenzen van de huurtoeslag;
de woonkostentoeslag heeft een aanvullend karakter op de
maandelijkse voorlopige teruggaaf in verband met
aftrekposten van een eigen woning;
bij de berekening van de woonkostentoeslag wordt geen
rekening gehouden met aflossingen en premie
levensverzekeringen, noch met hypothecaire leningen ten
behoeve van de aanschaf van bijv.
auto/caravan/verbouwing.
Deel 3
Artikel 3.4
Woonkostentoeslag
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2016