Naar hoofdinhoud
Het toezicht op de naleving van de jaargemiddelde norm is er op gericht om vroegtijdig inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de geluidsbelasting. Het biedt mogelijkheden om in te grijpen wanneer de norm dreigt te worden overschreden. Naleving van de registratieplicht is daarbij essentieel. Op basis van maandelijkse rapportages over de geregistreerde gegevens wordt de ontwikkeling van de geluidproductie gedurende het kalenderjaar gemonitord. 4.1.1. De jaarnorm dreigt te worden overschreden Belangrijk uitgangspunt in de toezichtstrategie is dat de gemeente gedurende het jaar de ontwikkeling van de jaarnormen actief volgt. Dit om te voorkomen dat de normen worden overschreden. Het monitoren gebeurt op basis van periodieke rapportages van de verplichte registraties van de emissieterm LE. Wanneer op enig moment blijkt dat de ontwikkeling van de jaargemiddelde geluidbelastingen een kritiek punt bereikt, gaat de gemeente in overleg met de exploitant. Doel van het overleg is om tot afspraken te komen over te treffen maatregelen. De maatregelen hebben betrekking op het beperken van de bedrijfsduur van de windturbines of de toepassing van een zogenaamde geluidmodus (aftoeren van de windturbine). Dit gebeurt op zodanige wijze dat de norm niet overschreden wordt. Ontwikkeling LE De ontwikkeling van de emissieterm LE gedurende het jaar is afhankelijk van het windaanbod. In figuur 2 is ter illustratie een voorbeeld opgenomen van het verloop van de emissieterm LE. Figuur 2; voorbeeld ontwikkeling emissieterm LE Uitgangspunt voor de preventieve aanpak is dat periodiek wordt bepaald of er mogelijk een risico op normoverschrijding bestaat. Dit wordt bepaald aan de hand van de waarde van de emissieterm LE en het te verwachten verloop van het windaanbod in het vervolg van het jaar. IJkdata De ontwikkeling van de emissieterm LE verloopt niet lineair. In de eerste maanden neemt deze sneller toe dan in de zomerperiode. Ditzelfde geldt voor de laatste maanden van het jaar. Het komt omdat er in de lente en in de winter meer wind staat. Op basis van het historisch gemiddelde windaanbod is echter wel te beoordelen of gedurende het eerste deel van het jaar, tot en met 1 september, sprake is van een gemiddeld, onder gemiddeld of bovengemiddeld windaanbod.  Op basis van een vergelijking met de gemiddelde ontwikkeling kan een verwachting worden uitgesproken of er een risico is op normoverschrijding. Dit kan als na 1 september een historisch gemiddeld windaanbod optreedt. Het wil dan overigens niet zeggen dat er een normoverschrijding optreedt. Dit is afhankelijk van het windaanbod in de periode vanaf 1 september t/m 31 december. Gesprek met exploitant Wanneer op 1 september blijkt dat er een risico is op normoverschrijding is, wordt aan exploitant gevraagd om aan te geven: hoe zijn verwachting is van de ontwikkeling van de emissieterm; hoe normoverschrijding wordt voorkomen; en op welk moment exploitant van plan is hiervoor maatregelen te nemen. Aan de hand van de eerstvolgende maandrapportage beoordeelt de gemeente opnieuw de ontwikkeling van de emissieterm. Afhankelijk van de mate van risico op normoverschrijding, kan het zijn dat de gemeente de exploitant opnieuw de gelegenheid geeft om maatregelen te treffen. Dit wordt gedaan voordat er dwangmiddelen zoals genoemd in paragraaf 5.1.1. worden ingezet. 4.1.2. Registratieplicht wordt niet nageleefd Om het verloop van het jaargemiddelde te kunnen volgen is het van essentieel belang dat de exploitant de registratieplicht naleeft. Wanneer er een gat (zogenaamde witte vlek) in de registratie valt kan het verloop van de gemiddelde geluidsproductie niet goed worden gevolgd. Het gevolg is dat niet goed kan worden bepaald of aan de jaargemiddelde normen wordt voldaan. Het niet naleven van de registratieplicht kan verschillende oorzaken hebben. Gegevens kunnen wel geregistreerd zijn maar niet zijn aangeleverd. De toezichtinspanning is er dan op gericht om de gegevens alsnog te krijgen. Een andere oorzaak van het niet naleven van de registratieplicht is het (al dan niet door technische problemen) niet meer functioneren van het registratiesysteem. Er ontstaat dan een gat (witte vlek) in de registratie. De ontbrekende gegevens kunnen in dat geval niet meer aangeleverd worden omdat de gegevens niet meer voor handen zijn. Witte vlekken opvullen Wanneer onverhoopt witte vlekken (gaten) vallen in de registratie kunnen deze opgevuld worden met aannames. De toezichtinspanning is er in dit geval op gericht om de periode dat er niet geregistreerd is zo klein mogelijk te houden. De verantwoordelijkheid voor het opvullen van witte vlekken in de registratie ligt bij de exploitant van het windturbinepark. De exploitant komt in een dergelijk geval met een op aannames gebaseerde prognose van de ontwikkeling van de emissieterm LE. Bij de aannames kunnen gegevens van het KNMI gebruikt worden. 4.1.3. Controle bronvermogen turbine In het Reken- en meetvoorschrift windturbines is een meetmethode aangereikt voor het uitvoeren van emissiemetingen ter controle van het bronvermogen van de windturbine. In de nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit (Stb.2010 – 749) van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt vermeld dat een dergelijke meting uitgevoerd kan worden bij twijfel over de juistheid van het opgegeven bronvermogen. De aangereikte methode is een sterk vereenvoudigde methode die is afgeleid van de internationale meetmethode. Desondanks blijft deze meetmethode complex met een grote afhankelijkheid van omgevingsfactoren. Een emissiemeting volgens de aangereikte methode van één turbine neemt hierdoor al snel een doorlooptijd van enkele maanden in beslag. Het resultaat van een meting volgens de vereenvoudigde meetmethode is ondergeschikt aan een meting volgens de internationale meetmethode. Dit kan er toe leiden dat het resultaat van een dergelijke meting bij voorbaat in twijfel wordt getrokken door omwonenden. Verder wordt aan het bronvermogen van de turbines geen norm gesteld. Een constatering van een afwijking van het opgegeven bronvermogen vormt daardoor geen grond voor handhaving. In de praktijk kan een dergelijke constatering ertoe leiden dat de inrichtinghouder op basis van een wijzigingsmelding (op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer) met een herziende prognose van de geluidbelastingen de afwijking wegneemt. Met de mogelijkheid om het bronvermogen van een individuele windturbine te controleren wordt, om voornoemde redenen, uiterst terughoudend om gegaan. Als uit eigen waarneming van de handhaver een belangrijk afwijkend geluid geconstateerd wordt én er een redelijk vermoeden van een technisch defect of een afwijkende instelling bestaat kan dit als uiterste middel worden ingezet. Het doel hiervan is om de exploitant ertoe te bewegen om een corrigerende actie te ondernemen.

Rechtspraak bij dit artikel