1.. Het college bepaalt de hoofdsom van de VROM-starterslening conform het advies van het Bemiddelend Orgaan, met dien verstande dat de hoofdsom nooit meer bedraagt dan 20% van de kosten van het in eigendom verwerven, berekend overeenkomstig de normen van de Nationale Hypotheek Garantie.

2.. Bij de uitvoering van het eerste lid neemt het college de maximale en de minimale hoofdsom als bedoeld in artikel 4, sub c, in acht.

3.. Het SVn stelt de VROM-starterslening betaalbaar bij ondertekening van de notariële akte.