De landelijke handhavingstrategie (als bijlage 8 in volle omvang
toegevoegd) maakt onderdeel uit van deze sanctiestrategie. De
gemeente hanteert deze strategie, mede gelet op de geldende
wettelijke verplichtingen en haar deelname in de gemeenschappelijke
regeling “Omgevingsdienst regio Utrecht”. Daarnaast vindt zij
duidelijkheid en eenduidigheid voor de burgers, bedrijven,
verenigingen en instellingen van groot belang. De gemeente (meer
specifiek via de ODRU resp. de VRU) past dan ook de landelijke
handhavingstrategie toe voor de gehele fysieke leefomgeving. Deze is
immers niet alleen voor milieutaken toepasbaar maar ook voor de
overige taakvelden binnen het omgevingsrecht (bouwen,
brandveiligheid, ruimtelijke ordening en overige taakvelden) met het
oog op de komst van de Omgevingswet in 2018.
Toepassing
Bij het constateren van een overtreding, bijvoorbeeld naar
aanleiding van een reguliere controle, een klacht of een verzoek om
handhaving, is de interventiematrix uit de landelijke
handhavingstrategie leidend.
Als de toezichthouder een overtreding heeft geconstateerd stelt hij
of zij met behulp van de interventiematrix de sanctie vast. Daarbij
zijn de volgende stappen aan de orde:
Positionering bevinding in de interventiematrix
De toezichthouder bepaalt in welk segment van de
interventiematrix de bevinding gepositioneerd kan worden
door:
het beoordelen van de gevolgen van de bevinding
voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid
en/of maatschappelijke relevantie en
het typeren van de normadressaat.
Bepalen verzwarende aspecten
De toezichthouder bepaalt of er verzwarende aspecten zijn
die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs-
en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende
aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk
ook strafrechtelijk te handhaven.
Onderzoek samenwerking bestuur, politie en
Openbaar Ministerie
De toezichthouder bepaalt of overleg over de toepassing van
het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van
de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix
(stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap
2).
Optreden met de interventiematrix
De toezichthouder kijkt naar de interventies in het segment
van de interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met
behulp van stap 1 heeft gepositioneerd. Vervolgens kiest de
toezichthouder voor de minst zware (combinatie) van de in
het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de
toezichthouder motiveert dat een andere (combinatie van)
interventie(s) in de betreffende situatie passender is. De
interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van
beneden naar boven op in zwaarte.
Vastlegging
De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden volgens
de geldende procedure(s) vastgelegd.
Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de bijlage 7 en/of 8,
resp. een toelichting op de interventies van licht naar zwaar (van
de landelijke handhavingstrategie), danwel de volledige tekst van de
landelijke handhavingsstrategie.
Om eventuele ongelijkheid van interpretatie van een aantal
interventies te voorkomen en om de sanctionering naar aanleiding van
overtredingen zoveel mogelijk gelijk te trekken wordt hierna de
volgende toelichting opgenomen als aanvulling op bijlage 2 van de
landelijke handhavingstrategie:
LOD en LOB
Het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) of een last onder
bestuursdwang (LOB) gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen.
Binnen het werkgebied van de gemeente gelden bij de interventie LOD
en LOB de volgende stappen:
Bestuurlijke waarschuwing; dit is een voornemen om een last
onder dwangsom of een last onder bestuursdwang op te leggen.
In dit voornemen wordt geen hersteltermijn opgenomen maar
enkel een termijn genoemd om zienswijzen bekend te maken;
Sanctiebeschikking, dat wil zeggen het opleggen van een last
onder dwangsom of een last onder bestuursdwang;
Verbeuren dwangsom of uitvoeren bestuursdwang.
In de hiervoor genoemde bestuurlijke waarschuwing wordt, anders dan
hetgeen in bijlage 2 van landelijke handhavingstrategie is
opgenomen, geen hersteltermijn opgenomen teneinde de overtreding
niet langer te laten voortbestaan en vanwege het uniformeren van de
praktijk met het oog op de strategieën van overige handhavende
instanties (gemeenten) binnen de provincie Utrecht. Er kan wel, als
gevolg van de ingediende zienswijzen, aanleiding bestaan voor een
(extra) controlemoment voordat er overgegaan wordt tot het
definitief opleggen van de last onder dwangsom of de last onder
bestuursdwang. Redenen hiervoor kunnen zijn bijvoorbeeld het reeds
ongedaan maken van de overtreding door de overtreder of
onduidelijkheid over het (nog voort)bestaan van de overtreding.
Proces-verbaal (PV)
Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden. Een PV is de
basis voor het verdere optreden van het Openbaar Ministerie dat kan
leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een
gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel,
publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en
verbeurdverklaring.
Het doen van aangifte bij het Openbaar Ministerie is standaard als
toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen:
Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt
gemaakt, in combinatie met het weigeren van toegang,
intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van
bewijs en/of poging tot omkoping;
Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er
opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder
andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van
verkeerde informatie.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf
Artikel 6.4.3
De landelijke handhavingsstrategie, nader beschouwd
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016-2018