Er zijn verschillende handhavingspartners actief met toezicht en
handhaving in de leefomgeving. Zowel in de openbare ruimte als bij
het bebouwde gebied. Te denken valt aan toezicht door het
Hoogheemraadschap “De Stichtse Rijnlanden” (HDSR), de VRU, de
provincie Utrecht, de politie, de ODRU, de regionale
uitvoeringsdienst Utrecht en de gemeente met verschillende
afdelingen, waaronder bijvoorbeeld Stadstoezicht.
Door informatiegestuurde handhaving en heldere werkafspraken zijn
meerdere vormen van integraal toezicht mogelijk. Dat wordt hierna
uitgewerkt.
Figuur: modellen voor het uitvoeren van
(integrale) controle
Controleren met elkaar: Toezichthouders
vanuit diverse taakvelden voeren gezamenlijk een integrale controle
uit. Ieder voor de eigen discipline. Met name van toepassing in
situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of
bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt. Soms is deze methode
nodig, meestal is die arbeidsintensief en belastend voor de
normadressaat.
Na elkaar controleren: Verschillende
toezichthouders van uiteenlopende instanties of afdelingen voeren
zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de
inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd,
heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van
controleren is de klassieke vorm van toezicht. De toezichtlast neemt
echter toe en de efficiëntie neemt af. Bovendien is het risico groot
dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, hetgeen kan
leiden tot interpretatieverschillen.
Voor elkaar signaleren: Een
toezichthouder neemt tijdens een integrale controle meerdere
aandachtsvelden voor zijn rekening. Dit heeft voornamelijk
betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een geringe
complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die prima kan
worden uitgevoerd door een generalistisch toezichthouder, die
bovendien dikwijls wordt ingezet voor uiteenlopende surveillances.
Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder
stadium worden gesignaleerd.
Voor elkaar controleren: Een
toezichthouder kan tijdens zijn ‘eigen’ controle een mogelijke
overtreding in een ander taakveld signaleren. Als deze constatering
daartoe aanleiding geeft, zal de specialistisch toezichthouder van
dat taakveld zelf een controle uitvoeren. Het voordeel van deze
aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden
gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming (en kunde)
binnen een organisatie en bij de toezichthouder.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf
Artikel 6.5
De manier van werken bij toezicht en handhaving
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016-2018