Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6:1

Bedrijfsprognose en personeelsbehoefte

Onderdeel van SOCIAAL KADER 2016 - 2019

1.. De werkgever voert eenmaal per twee jaar een bedrijfsprognose (planvorming) uit, waarin de voorziene ontwikkelingen voor de organisatie van de werkgever in kaart worden gebracht. 2.. Op basis van de bedrijfsprognose (planvorming) wordt in combinatie meteen een strategisch personeelsplan gemaakt, waarin de personeelsbehoefte in kwalitatieve en kwantitatieve zin voor de komende x tot x jaar (jaarlijks bij te stellen) in beeld wordt gebracht. 3.. De prognose en strategische personeelsbehoefte maken inzichtelijk of er zodanige veranderingen zullen zijn dat die gevolgen zullen hebben voor de zittende medewerkers en welke dat (op hoofdlijnen) zullen zijn binnen de organisatie van de werkgever. 4.. De werkgever deelt deze met de OR en het GO. 5.. Dit alles vraagt van de units en netwerken dat zij in staat zijn de organisatieontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande personeelsbehoefte te formuleren. 6.. Via mobiliteits- en opleidingsinstrumenten – o.a. verwoord in hoofdstuk 7 – stelt werkgever de medewerker op vrijwillige en noodzakelijke basis in staat zich voor te bereiden op mobiliteit zodat er voldoende mogelijkheden zijn om veranderingen te realiseren.

Rechtspraak bij dit artikel