**1..** De medewerker is alert op situaties in het werk waarin hij/zij met privé-relaties te maken krijgt. Hij/zij licht de leidinggevende in over aanvragen en offertes van vrienden, familieleden of bedrijven waarin familie of vrienden werkzaam zijn. Hij/zij voorkomt de schijn van vriendjespolitiek en behandelt dergelijke aanvragen niet zelf.
**2..** De medewerker is terughoudend met het geven van adviezen aan bekenden in de privé-sfeer. Hij/zij is bedacht op botsing van belangen.
**3..** De medewerker let bij het inhuren van ex-collega’s goed op het volgen van de juiste procedure van inhuur en aanbesteding. Hij/zij kan motiveren waarom de inhuur van een ex-ambtenaar als zelfstandige nodig en verantwoord is. Hij/zij realiseert zich hoe dat kan overkomen op de buitenwereld die geen achtergrondinformatie heeft. Hij/zij bespreekt de risico’s met de leidinggevende.
HOOFDSTUK 18
Artikel 103
: Belangen van familieleden, vrienden en ex-collega’s
Onderdeel van Organisatiebesluit 2015