Binnen de PW en de aanverwante regelingen staan twee verplichtingen centraal: de inlichtingenverplichting en de verplichting om mee te werken aan re-integratie en aan het aanvaarden van werk. De inlichtingenverplichting is de verplichting om het college alle feiten en omstandigheden mede te delen die van invloed kunnen zijn op het recht op of op de hoogte van de uitkering. Alle activiteiten die wij ondernemen om de naleving van deze verplichtingen te bevorderen of af te dwingen vallen onder de noemer handhaving.
Handhaven is meer dan het uitvoeren van fraudeonderzoeken alleen. Een effectief handhavingsbeleid is een samenspel van preventieve en repressieve activiteiten. Hierbij moet worden gedacht aan communicatie, een optimale dienstverlening aan de klant, bevordering van fraudealertheid van medewerkers met klantcontacten, sanctionering bij het niet nakomen van verplichtingen en de terugvordering van ten onrechte verstrekte bijstand. De gemeente Weert hanteert hierbij de volgende uitgangspunten:
Stimuleren eigen verantwoordelijkheid
De klant is zelf verantwoordelijk voor het tijdig verstrekken van de juiste gegevens. Ook als een bewindvoerder in het spel is, blijft de klant verantwoordelijk. Bij een inconsistentie of vraagteken wordt de klant zelf aan het werk gezet om een toelichting te geven in een gesprek of om algemene administratieve gegevens te verstrekken. De klant wordt zo in de gelegenheid gesteld zelf het signaal te weerleggen.
Integrale aanpak dienstverlening en handhaving
Hieruit vloeit voort dat handhaving niet op zichzelf mag staan. Handhaving is een vanzelfsprekend onderdeel van, en stevig verankerd in, de totale dienstverlening van de organisatie. Dit betekent dat handhaving een integrale verantwoordelijkheid is van alle betrokken medewerkers met klantcontacten. Korte lijnen, een brede voorlichting en een goede communicatie tussen de verschillende – interne en externe - betrokken partijen zijn een voorwaarde voor een succesvol handhavingspraktijk.
Vertrouwen is goed, controle is nodig
De klant is betrouwbaar tot het tegendeel blijkt of tot er een aanleiding is voor decharge – dit is vrijstellen van elke verdenking - en is dus in het belang van de klant. Objecten van controle zijn zowel de inspanningsverplichtingen die de klant moet nakomen als de gegevens die volledig, juist en tijdig verstrekt moeten worden. De klant wordt intensief gecontroleerd als er aanleiding toe is. De klant wordt strafrechtelijk benaderd als daartoe voldoende feiten en omstandigheden zijn.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft deze visie geïntroduceerd onder de noemer hoogwaardig handhaven.
Het doel van hoogwaardig handhaven is dat klanten zich bewuster worden van de regels rond de
uitkering en deze meer uit zichzelf naleven. De kans dat mensen zich spontaan aan wet en regels houden is namelijk groter als zij:
goed en tijdig geïnformeerd zijn over rechten en plichten;
de regels en de controles die daaruit voortvloeien accepteren;
de pakkans bij overtreding als hoog ervaren;
voldoende worden afgeschrikt door opgelegde en uitgevoerde straffen.
De activiteiten die we ondernemen om dit doel te bereiken zijn onder te brengen in vier categorieën of pijlers. De eerste twee zijn preventief van karakter, de laatste twee zijn repressief.
3.1 Vroegtijdig informeren
Burgers zijn er zelf voor verantwoordelijk dat zij kennis nemen van de regels waar zij zich aan hebben te houden. Iedere burger zou in principe kunnen weten welke verplichtingen horen bij het ontvangen van een uitkering. In de praktijk is er echter een categorie klanten die zich onvoldoende bewust is van de regels. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals gemakzucht of laaggeletterdheid. Het gevolg is een verhoogd risico op schending van de inlichtingenplicht (fraude[6]).
Hoe eerder, vaker en vollediger wij de klant informeren over rechten en plichten, hoe kleiner de kans op regelovertreding. Wij communiceren zowel schriftelijk als mondeling met onze klanten. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij het communicatieniveau van onze klanten.
Potentiële uitkeringsgerechtigden dienen op voorhand te weten wat;
hun rechten en plichten zijn,
welke procedures worden gevolgd
onder welke voorwaarden ondersteuning bij het zoeken van werk wordt gebonden,
op welke wijze controles plaats vinden, en,
welke uitgangspunten de gemeente Weert in haar handhavingsbeleid hanteert (bijv. informatiefolder en workshops, zie ook 4.1.2).
3.2 Optimaliseren dienstverlening
Goed voorbeeld doet goed volgen. Wij verlangen van onze klanten dat zij zich aan regels en afspraken houden. De kans dat zij dit zullen doen wordt groter als wij dit zelf ook doen. Een snelle service, heldere communicatie, efficiënte procedures en een correcte bejegening vergroten het vertrouwen van de klant in de organisatie en verkleinen het gevoel van afstand tot de gemeente.. Dit draagt er toe bij dat de klant zich eerder zal laten beïnvloeden door de gemeente en dus eerder geneigd zal zijn de regels na te leven.
Daarnaast is cliëntenparticipatie is een belangrijk middel om zicht te krijgen op de situatie van cliënten. Deze participatie is in Weert geborgd door middel van het Cliënten Platform Minima (CPM). De juridische grondslag hiervoor is de verordening cliëntenparticipatie Weert 2015.
3.3 Controle op maat
Het is niet effectief om elke klant op dezelfde manier te controleren. Maatwerk is ook hier de leidraad. We weten uit de resultaten van eerdere onderzoeken dat fraude bij bepaalde groepen klanten, zoals woningdelers, meer voorkomt dan bij andere groepen. Wij voeren daarom gerichte controles uit. Klanten waarbij een intensieve controle noodzakelijk is, worden intensief gecontroleerd. Bij de meerderheid van de klanten is dit niet noodzakelijk.
Zij worden op reguliere wijze (=basisniveau) gecontroleerd. Wij maken onderscheid tussen klanten en klantgroepen door het in kaart brengen van risico’s, bestandsvergelijkingen en themacontroles. Deze werkwijze geldt voor zowel de controle bij de aanvraag van een uitkering als voor de controle op de rechtmatigheid van lopende uitkeringen. Dit is een klantvriendelijke en effectieve aanpak.
3.4 Sanctioneren op maat
Fraude mag niet lonen. Als wij constateren dat een klant ten onrechte bijstand ontvangt of heeft
ontvangen dan herstellen we de situatie. Dit wil zeggen dat we de uitkering intrekken, beëindigen of aanpassen. Daarnaast vorderen we de ten onrechte ontvangen bijstand terug en ontnemen de fraudeur daarmee het voordeel dat er is genoten. Daarbij leggen we een bestuurlijke boete op conform de boetewetgeving[7]. Bij de zwaardere fraudezaken (= benadelingsbedrag boven de
€ 50.000,--) leggen we geen boete op, maar doen we aangifte bij het Openbaar Ministerie. Onze sociaal rechercheurs maken dan proces verbaal op, waarna de fraudeur zich moet verantwoorden voor de strafrechter.
[6] Onder fraude wordt verstaan het schenden van de inlichtingenplicht
[7] De CRvB heeft diverse uitspraken gedaan omtrent een “versoepeling” van de boetewetgeving, zie hoofdstuk 2.1
Artikel 3
(Hoogwaardig) Handhaven
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Weert houdende Handhavingsbeleidsplan Werk Inkomen & Zorgverlening