Naar hoofdinhoud
Handhavingsbeleid bestaat uit twee elementen: preventief beleid en repressief beleid. Preventief beleid vormt een belangrijk onderdeel van handhaving. Preventie richt zich op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Immers: voorkomen is beter dan genezen. Voorkomen moet worden dat mensen die onterecht een beroep doen op de WWB, Ioaw of Ioaz toch een (te hoge) uitkering ontvangen. Alle activiteiten gericht op preventie bij aanvang van de uitkering kunnen gerekend worden tot de zogenaamde "poortwachterfunctie". Dat wil zeggen het bewaken van de toegang tot de uitkering en de controle op het recht op uitkering bij het "zittende bestand". Repressie heeft betrekking op de activiteiten die verricht worden nadat het misbruik en oneigenlijk gebruik is vastgesteld. Repressief beleid, gericht op misbruikbestrijding, bestaat uit het opleggen van sancties of boetes en het terugvorderen van fraudeschulden. In de WWB, Ioaw en Ioaz is uitdrukkelijk gekozen voor het uitgangspunt dat het recht op een uitkering verbonden is aan de plicht om zich in te zetten om weer onafhankelijk van een uitkering te worden. Dat betekent dat de vaststelling van de hoogte van de uitkering enerzijds afhangt van de uitkeringsnorm die voor de cliënt van toepassing is, en anderzijds beïnvloed kan worden door de mate waarin de opgelegde verplichtingen worden nagekomen. Handhavings- en re-integratiebeleid zijn dus niet los van elkaar te zien. 3. 1 Deregulering: minder regels, meer maatwerk Voorschriften voor het uitvoeren van heronderzoeken, debiteurenonderzoeken en beëindigingonderzoeken zijn al enige jaren niet meer landelijk voorgeschreven. Gemeenten moeten hiervoor zelf beleid maken. Voor de afdeling WIZ betekent dit niet dat plotseling allerlei nieuwe denkbeelden moeten worden ontwikkeld, maar dat al eerder geformuleerde uitgangspunten verder worden vertaald in werkprocessen van de eigen organisatie en de organisaties in de keten. Wat hierbij van belang is, is het bewustzijn dat de deregulering vanuit het rijk niet moet leiden tot het dichttimmeren met eigen, gemeentelijke regels. De gemeentelijke regelgeving zal maatwerk de ruimte moeten bieden. Aan het recht op een uitkering, zijn zeven soorten verplichtingen verbonden: het tonen van voldoende besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan (alleen voor WWB); de plicht tot arbeidsinschakeling; de inlichtingenplicht; de medewerkingspicht; aanvullende verplichtingen (bijvoorbeeld verplichtingen die bijdragen tot de mogelijkheid tot arbeidsinschakeling, en die binnen de maatschappelijk geaccepteerde normen vallen); tegenprestatie; de identificatieplicht. De gemeente Weert heeft in de Maatregelverordening Weert 2012 geregeld op welke wijze zij het niet nakomen van deze verplichtingen regelt. Ook is hierbij de mogelijkheid opgenomen om over te gaan tot een extra verlaging van de uitkering, als een cliënt zich ernstig misdraagt ten opzichte van de medewerkers. Van een extra verlaging is sprake als een gewone gedraging gecombineerd wordt met een extra zware misdraging. Het niet nakomen van de inlichtingenplicht is een boetewaardige gedraging en is apart geregeld[1] [1] Zie 8.2. (her)Introductie van de boete

Rechtspraak bij dit artikel