Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Algemeen

Onderdeel van Welstandsnota 2016 gemeente Oosterhout

Wettelijk kader In de Woningwet (artikel 12, eerste lid) is bepaald dat het uiterlijk van zowel bestaande, niet tijdelijke, bouwwerken als dat van nog te bouwen vergunningvrije bouwwerken niet ‘in ernstige mate in strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand’. Op grond van artikel 13a van de Woningwet kan vervolgens het bevoegd gezag – in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders – de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ verplichten tot het, binnen een bepaalde termijn, treffen van zodanige voorzieningen dat de strijdigheid wordt opgeheven. Hiervoor is het echter wel noodzakelijk dat in de welstandsnota criteria zijn opgenomen die duidelijk maken wanneer een bouwwerk ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’. Algemene toelichting In het algemeen geldt het criterium dat er bij ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand sprake moet zijn van een exces: een buitensporigheid in het uiterlijk van een bouwwerk die ook voor niet-deskundigen evident is. Het gaat hierbij dus om zaken die meerdere mensen als onaanvaardbaar beschouwen. Het zal duidelijk zijn dat in een gebied waar de inrichting en bebouwing van het gebied met zorg tot stand is gekomen, eerder sprake kan zijn van een exces dan in een gebied met een grote verscheidenheid aan bebouwing en architectuur. De excessenregeling geldt voor de gehele gemeente Oosterhout, zowel voor de welstandsvrije als welstandsplichtige gebieden (zoals de beschermde stads- en dorpsgezichten), zowel voor omgevingsvergunningvrije en omgevingsvergunning-plichtige, als voor reeds bestaande bouwwerken. De excessenregeling is nadrukkelijk niet bedoeld om de verwezenlijking van een bouwwerk in zijn geheel tegen te gaan. Het gaat uitsluitend om een vorm van repressief toezicht/een repressief toetsingskader, waarbij uitsluitend het excessieve uiterlijk van een bouwwerk kan worden aangepakt. Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van een exces zal het college advies inwinnen bij een externe adviescommissie. Op basis van dit gemotiveerd advies zal het college bepalen hoe met dit exces om te gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel