Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Toegang en toeleiding naar ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Leeuwarden 2017

In dit hoofdstuk wordt het proces van toegang en toeleiding naar individuele voorzienin- gen nader uitgewerkt. Het betreft een uitwerking van de artikelen 3 t/m 13 van de verordening Jeugdhulp gemeente Leeuwarden 2015. De toegang tot overige voorzieningen is vrij-toegankelijk en inwoners van de gemeente Leeuwarden kunnen zich hier rechtstreeks tot wenden. 4.1 Toegang via andere verwijzers dan gemeente In artikel 3 en 4 van de Verordening jeugdhulp gemeente Leeuwarden 2015 staan de volgende verwijzers genoemd: huisarts, medisch specialist, jeugdarts, rechter of de gecertificeerde instelling. De zorgaanbieder beoordeelt of er sprake is van een enkelvoudige hulpvraag of dat er meer aan de hand is. Indien er meer aan de hand is, neemt de zorgaanbieder contact op met het sociale wijkteam om na te vragen of de jeugdige bekend is zodat de zorg als onderdeel opgenomen kan worden in het ondersteuningsplan. 4.2 Toegang via Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) De Raad voor de Kinderbescherming is als onafhankelijke partij betrokken bij gezinnen waar (acute) ontwikkelingsbedreiging van het kind aan de orde is en ouders niet in staat zijn en/of willen meewerken aan de inzet van noodzakelijke ondersteuning om deze ontwikkelingsbedreiging af te wenden. Het sociaal wijkteam kan bij ernstige zorgen over de veiligheid van een minderjarige een advies vragen aan de RvdK of een Verzoek tot Onderzoek (VtO) doen bij de RvdK. De wijze waarop dit geschiedt is vastgelegd in de samenwerkingsafspraken tussen de gemeenten en de RvdK. De sociaal werker brengt de casus in bij de beschermingstafel. De RvdK neemt een besluit aan de beschermingstafel over de vraag of een beschermingsonderzoek door de RvdK noodzakelijk is. Bij spoedzaken neemt de RvdK dit besluit ter stond. Na het beschermingsonderzoek beslist de RvdK of zij de rechter verzoekt een kinderbeschermingsmaatregel op te leggen. Mocht de situatie zich voordoen dat de RvdK na het beschermingsonderzoek niet besluit tot het indienen van een verzoek tot ondertoezichtstelling, kan de burgemeester de RvdK verzoeken het oordeel van de kinderrechter te vragen of het noodzakeijk is de minderjarige onder toezicht te stellen. Ook onderzoekt de RvdK de situatie van jongeren die met de politie in aanraking komen en licht de RvdK de rechter of officier van justitie daarover in. Ook adviseert de RvdK de rechter bij gezag- en omgangszaken, als ouders die uit elkaar gaan het niet eens worden over afspraken over de kinderen, bijvoorbeeld over de omgangsregeling of de verblijfplaats. Voorts is de RvdK betrokken bij zaken op het gebied van afstand doen, de screening adoptiegezinnen, adviesaanvragen over adoptie en afstammingsvragen. Tot slot heeft de RvdK een toetsende/ toezichthoudende taak bij bescherming- en strafzaken. Om deze taken in goede afstemming met gemeenten te kunnen uitvoeren zijn er samenwerkingsafspraken opgesteld. In deze samenwerkingsafspraken is ook stilgestaan bij de toegang tot zorg via het RvdK. 4.3 Toegang via gemeente Een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouder kan naast de huisarts, jeugdarts of me- disch specialist ook binnenkomen bij het college van de gemeente. Het college heeft deze vorm van toegang belegd bij de sociale wijkteams. Jeugdigen of zijn ouders van de gemeente Leeuwarden kunnen zich met een hulpvraag melden bij het sociaal wijkteam. Nadat de jeugdige of zijn ouders zich heeft gemeld wordt in eerste instantie door de medewerker die de melding in behandeling neemt bezien of er echt sprake is van een melding, of dat het gaat om een simpele hulpvraag die direct telefonisch of bij het eerste contact kan worden afgedaan. Een melding wordt geregistreerd en alleen als de bewoner dat wenst, wordt een bevestiging schriftelijk verstuurd (mail of post). De beslissing welke zorg een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft, komt vervolgens tot stand in overleg tussen de sociaal werker en de jeugdige en zijn ouders. Spoedeisende gevallen In spoedeisende gevallen wordt via Spoed4Jeugd Fryslan passende spoedhulp ingezet. Spoed4Jeugd is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar. Bij acute crisis is hulp aanwezig binnen 2 uur. 4.4 Vooronderzoek; en indienen familiegroepsplan Naar aanleiding van de hulpvraag doet de sociaal werker onderzoek om de vraag verder te verhelderen. Dit wordt gedaan door onder andere op huisbezoek te gaan, informatie te verzamelen bij het netwerk (waaronder het onderwijs), hulpverleners waar deze persoon eerder of nog steeds mee in aanraking is of advies en consult te vragen bij een deskundige. Tijdens het vooronderzoek wordt de jeugdige en/of zijn ouders op de hoogte gebracht van de mogelijkheid om een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en/of zijn ouders daarom vragen kan de sociaal werker de jeugdige en/of zijn ouders ondersteunen bij het opstellen van het familiegroepsplan, ook de Eigen Kracht Centrale kan hierin een rol spelen. Het familiegroepsplan wordt in artikel 1.1 van de Jeugdwet gedefinieerd als: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige horen. Dit familiegroepsplan moet voor de aanvraag tot stand is gekomen, ingediend worden bij de sociaal werker. De sociaal werker betrekt dit familiegroepsplan bij het opstellen van het ondersteuningsplan. 4.5 Het gesprek Om de ondersteuningsbehoefte vast te stellen vindt er een gesprek plaats tussen de sociaal werker en de jongere en/of zijn ouders. In het gesprek wordt gekeken wat de jeugdige en zijn ouders eventueel zelf of met behulp van hun netwerk kunnen doen aan het probleem. Aan de hand van de ZRM en het ordeningsprincipe Fryslân wordt onderzocht welke ondersteuning op het gebied van jeugdhulp nodig is. Daarbij zal eerst gekeken worden of een voorliggende voorziening dit een overige voorziening (vrij-toegankelijk) is of een individuele voorziening (niet vrij-toegankelijk) moet zijn. Een sociaal werker dient op een professionele, methodische manier de persoons-kenmerken van de cliënt en diens behoefte aan ondersteuning te inventariseren als ook de mogelijke oplossingen, met kennis van de verordening, de sociale kaart en met creativiteit in het vinden van domeinoverstijgende oplossingen. Voor het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of de ouders, in de vorm van het gesprek (en het vooronderzoek), geldt een behandeltijd van maximaal zes weken. In deze periode wordt niet alleen het gesprek gevoerd maar ook gekeken naar allerhande mogelijkheden en voorliggende voorzieningen die een oplossing kunnen zijn. 4.6 Ondersteuningsplan In artikel 8 van de verordening staat dat het gesprek en het vooronderzoek met een ondersteuningsplan afgesloten wordt, waarbij elk onderdeel de belangrijkste punten kort worden samengevat en mogelijke oplossingen worden benoemd. De jongere en/of zijn ouders zal dit ondersteuningsplan te allen tijde desgevraagd kunnen ontvangen. Het ondersteuningsplan moet binnen 20 werkdagen na het gesprek aan de jongere en/of zijn ouders beschikbaar gesteld worden. Indien de gestelde termijn niet haalbaar is, wordt de jongere en/of zijn ouders geïnformeerd over de reden van vertraging. De jongere en/of zijn ouders hebben de mogelijkheid in het verslag correcties en aanvullingen aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het oorspronkelijke verslag, maar worden aan het oorspronkelijke verslag toegevoegd. Als de jongere en/of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, wordt dit plan betrokken bij het opstellen van het ondersteuningsplan. De sociaal werker geeft een advies ten aanzien van de in te zetten ondersteuning en de cliënt bepaalt waar nodig met ondersteuning van het wijkteam de aanbieder (die gecontracteerd is door de gemeente Leeuwarden) als die daarvoor noodzakelijk is. De cliënt neemt contact op met de in het ondersteuningsplan genoemde en de door hem uitgezochte aanbieder. De aanbieder bekijkt in samenwerking met het Sociaal wijkteam (en de cliënt) of de voorgestelde ondersteuning inderdaad het meest passend is. Wanneer het eenvoudige en enkelvoudige problematiek betreft kan de sociaal werker in overleg met de betrokkene afzien van het opstellen van een ondersteuningsplan. Kiest de client voor een PGB, dan wordt het goedgekeurde budgetplan toegevoegd aan het ondersteuningsplan. Dit budgetplan stelt de aanvrager/client zelf op en zo nodig kan de sociaal werker hierbij ondersteunen. 4.7 Aanvraag Na een melding vindt, in principe, altijd een gesprek plaats. Het resultaat van dit gesprek is een ondersteuningsplan waarin de oplossingen en mogelijk de afspraken met bewoner worden benoemd. Een onderdeel van de oplossingen kan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening zijn. De informatie uit het ondersteuningsplan wordt meegenomen in de aanvraag, dit betreft een zwaarwegend advies. Het zwaarwegend advies wordt besproken met de bewoner. De bewoner ontvangt een afschrift van het zwaarwegend advies, per mail of per post. In het zwaarwegend advies wordt opgenomen/beschreven of bewoner wel/niet akkoord is. Een handtekening onder het zwaarwegend advies kan en mag, op verzoek van de bewoner. Het is zeer wenselijk om bij niet akkoord, de bewoner te laten tekenen. In het deskundigenadvies kan volstaan worden met het noemen van de instelling (in het geval het een externe deskundige betreft), datum van het advies en wat het advies is voor de soort ondersteuning, duur en omvang en te behalen doelstellingen. 4.8 Beschikking De cliënt neemt contact op met de in het ondersteuningsplan genoemde en de door hem uitgezochte aanbieder. De aanbieder bekijkt in samenwerking met de cliënt en het Sociaal wijkteam of de voorgestelde ondersteuning inderdaad het meest passend is. De ondersteuning zal direct starten. Het is niet nodig om te wachten op de beschikking. De cliënt ontvangt zijn beslissing op zijn aanvraag op grond van de Jeugdwet 2015, binnen 2 weken na de aanvraag, schriftelijk in een beschikking. Indien deze termijn overschreden lijkt te worden, zal op grond van de Awb de burger schriftelijk geïnformeerd worden over een verlenging of opschorting van deze termijn. Voor de inhoud van de beschikking wordt verwezen naar Artikel 12 van de Verordening Jeugdhulp gemeente Leeuwarden 2015. Een beschikking kan afgegeven worden voor meerdere individuele maatwerk-voorzieningen. Vindt er een wijziging plaats op 1 van de individuele maatwerk-voorzieningen genoemd in de beschikking dan kan er voor dit onderdeel een gewijzigde beschikking afgegeven worden. Het is in dit geval niet nodig om een nieuw zwaarwegend indicatieadvies op te stellen voor het geheel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel