**1..** Indien klager niet tevreden is over de afhandeling van zijn klacht tegen
een medewerker van de Gemeenschappelijke Regeling in eerste instantie,
kan hij zijn klacht in tweede instantie voorleggen aan de
voorzitter.
**2..** De voorzitter zal aan de hand van de informatie die hij van de
klachtbehandelaar heeft ontvangen, de aard van de klacht en de wens van
klager, bepalen of hij klager en degene over wiens gedraging wordt
geklaagd in de gelegenheid zal stellen om te worden gehoord.
**3..** De voorzitter adviseert het Dagelijks Bestuur omtrent de afhandeling van
de klacht in de vorm van een door de voorzitter te ondertekenen
afdoeningsbrief.
**4..** De voorzitter, informeert klager en de persoon over wiens handelen wordt
geklaagd, binnen vier weken na ontvangst van de klacht in een
afdoeningsbrief over zijn conclusies. De klachtencoördinator krijgt
hiervan een afschrift.
**5..** De klager wordt meegedeeld dat hij, indien hij het niet eens is met de
behandeling van zijn klacht, zijn klacht kan voorleggen aan de Nationale
Ombudsman, binnen een jaar na de ontvangst van de afdoeningsbrief van de
voorzitter.
Artikel 9