Het opmaken, bespreken en vaststellen van een beoordeling volgens deze regeling is verplicht in de volgende situaties:
indien één van de volgende beslissingen omtrent de medewerker aan de orde komt:
ter onderbouwing van bepaalde rechtspositionele beslissingen als die zich voordoen, zoals
voortzetting van het dienstverband na een proefperiode;
bestendiging van een benoeming in een andere functie na een proefperiode;
bevordering naar een hogere salarisschaal wanneer daarop aanspraak kan worden gemaakt;
bevordering naar een hogere salarisschaal nadat de functie hoger is gewaardeerd;
toekenning van een structurele extra bezoldiging;
toekenning of verlenging van een toelage als bedoeld in de artikelen 3:7:8 en 3:1:1:13;
indien een medewerker verzoekt om een beoordeling;
evaluatie van een periode van intensievere begeleiding i.v.m. onvoldoende functioneren.
Als sluitstuk van een afgebakende periode met adequate functioneringsbegeleiding waarin aan de orde is gesteld dat de medewerker niet had voldaan aan belangrijke, in redelijkheid te stellen eisen ten aanzien van zijn functievervulling of werkresultaten.