Voor zover krachtens deze regeling niet vast staat wie als beoordelaar(s) betrokken zal of zullen worden bij elke afzonderlijke beoordelingsprocedure, beslist de beoordelingsautoriteit hierover per situatie.
Zowel de beoordelaar(s) als de medewerker kan of kunnen in onderling overleg één of meer informanten uitnodigen tot deelname aan (een deel van) het opmaken van de concept beoordeling en/of het beoordelingsgesprek. Indien zij hierover overeenstemming bereiken stelt de eerste beoordelaar de beoordelingsautoriteit hiervan in kennis.
De beoordelingsautoriteit is bevoegd te beslissen of er informanten worden betrokken bij een beoordeling en zo ja wie; hij neemt deze beslissing hetzij op eigen initiatief na goed overleg met betrokkenen, hetzij bij ontbreken van overeenstemming daarover bij beoordelaars en medewerker.
Wanneer een beoordeling plaats vindt
door het college, of
krachtens deze regeling dan wel op grond van een besluit van de beoordelingsautoriteit met slechts één beoordelaar, is de aanwezigheid van een personeels- en organisatieadviseur tijdens het opmaken van de concept beoordeling zoals bedoeld in artikel 15:1:15:9 verplicht;
In alle overige situaties is het bijwonen door de personeels- en organisatieadviseur van het opstellen van een conceptbeoordeling afhankelijk van een verzoek daartoe, dat kan uitgaan van degene(n) die verantwoordelijk is/zijn voor de concept beoordeling zowel als van de adviseur zelf.
Deelname van de personeels- en organisatieadviseur aan het beoordelingsgesprek met de medewerker is afhankelijk van een verzoek daartoe door één van de (beoogde) gesprekspartners of door de beoordelingsautoriteit.