Het voornemen tot het opmaken van een beoordeling brengt de eerste beoordelaar minstens vijf werkdagen voor het (beoogde) opmaken van de concept beoordeling ter kennis van (1) de te beoordelen medewerker, (2) de tweede beoordelaar, (3) de beoordelingsautoriteit en (4) de betreffende personeels- en organisatieadviseur, met opgave van: aanleiding, beoogde datum en tijdstip van het opmaken van de concept beoordeling, beoogde datum en tijdstip voor het beoordelingsgesprek, en de te betrekken personen.
Hierbij wordt de medewerker tevens gewezen op de mogelijkheid in onderling overleg een informant en/of de personeels- en organisatieadviseur uit te nodigen.
Iedereen die betrokken wordt bij het opstellen van de concept beoordeling of bij het beoordelingsgesprek krijgt tenminste vijf werkdagen de gelegenheid zich voor te bereiden op zijn (eerste) inbreng.