De ambtenaar geniet voor het verrichten van de navolgende werkzaamheden hierna nachtdiensten genoemd de daarbij vermelde toelagen:
voor het zich in opdracht thuis beschikbaar houden voor brandweerdiensten, voor assistentieverlening bij calamiteiten danweL onmiddellijke herstelwerkzaamheden: tussen maandag 0.00 uur en vrijdag 24.00 uur:12 procent van het salaris per uur en tussen zaterdag 0.00 uur en zondag 24.00 uur, alsmede tussen 0.00uur en 24.00 uur op de met die dagen gelijkgestelde dagen: 20 procent van het salaris per uur;
voor het zich in opdracht binnen een door het bevoegd gezag te bepalen gebied beschikbaar houden voor brandweerdiensten, voor assistentieverlening bij calamiteiten danwel onmiddellijke herstelwerkzaamheden: 10 procent van het salaris per uur en tussen zaterdag 0.00 uur en zondag 24.00 uur, alsmede tussen 0.00 uur en 24.00 uur op de met die dagen gelijk gestelde dagen: 16 procent van het salaris per uur;
voor het zich om de andere week in opdracht buiten de normale werktijd thuis beschikbaar houden voor de gladheidbestrijding gedurende het tijdvak van 15 november tot 15 april: 4% procent van het maximumsalaris per maand van salarisschaal 1 van bijlage II of IIA, voor iedere maand waarin dergelijke wachtdiensten worden verricht.
De in het eerste lid, onder "a" en "b" genoemde percentages worden ten hoogste berekend over een bedrag, gelijk aan 1/156e deel van het maximumsalaris per maand van salarisschaal 10 van bijlage II of IIA, behorende bij de CAR.
Indien gedurende de wachtdienst, bedoeld in het eerste lid, buiten de woning arbeid moet worden verricht, bestaat aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 3:2:1.
Indien de in het derde lid bedoelde arbeid zes uur of langer duurt, wordt deze arbeid met een volledige dagtaak gelijkgesteld.
Indien de vergoeding, bedoeld in eerdergenoemd artikel, in extra verlof wordt verleend op de eerstvolgende dienstdag, wordt het aanvangsuur van het verlof zodanig gekozen, dat aan de arbeid voldoende rusttijd voorafgaat.
De tijd, welke nodig is om van de woning naar het werk te gaan en om van het werk terug te keren naar de woning, wordt voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als tijd, gedurende welke arbeid is verricht.
Het college bepaalt welke ambtenaren gelet op de aard en het niveau van hun betrekking geen aanspraak hebben op een toelage als bedoeld in het eerste lid.
In bijzondere gevallen kan het college een regeling treffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.