De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 8 en 9, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
Indien de aanspraak op bijstand over de maand waarover de afstemming plaatsvindt, minder bedraagt dan de vastgestelde verlaging, zal de verlaging over een langere periode worden toegepast.
Van een verlaging als bedoeld in het eerste lid onder a of b kan worden afgezien en worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2017