Indien sprake is van een herhaling van een gedraging (1e recidive) als bedoeld in artikel 8 lid 1 of artikel 9 lid 1, binnen 12 maanden na het besluit waarin de maatregel is opgelegd, wordt een eenmalige verlaging van 20% toegepast.
Indien sprake is van een hernieuwde herhaling van een gedraging (2e recidive) als bedoeld in artikel 8 lid 1 of artikel 9 lid 1, binnen 12 maanden na het besluit waarin de maatregel is opgelegd, wordt een eenmalige verlaging van 40% toegepast.
Indien sprake is van een herhaling van een gedraging (1e recidive) als bedoeld in artikel 8 lid 2 of artikel 9 lid 2, binnen 12 maanden na het besluit waarin de maatregel is opgelegd, wordt een eenmalige verlaging van 40% toegepast.
Indien sprake is van een hernieuwde herhaling van het een gedraging (2e recidive) als bedoeld in 8 lid 2 of artikel 9 lid 2, binnen 12 maanden na het besluit waarin de maatregel is opgelegd, wordt een eenmalige verlaging van 60% toegepast.
Indien sprake is van een herhaling van een gedraging (1e recidive) als bedoeld in artikel 8 lid 3 of artikel 9 lid 3, binnen 12 maanden na het besluit waarin de maatregel is opgelegd, wordt de bijstand gedurende 2 maanden met 100% verlaagd.
Indien sprake is van een hernieuwde herhaling van een gedraging (2e recidive) als bedoeld in artikel 8 lid 3 of artikel 9 lid 3, binnen 12 maanden na het besluit waarin de maatregel is opgelegd, wordt de bijstand gedurende 3 maanden met 100% verlaagd.
Indien de aanspraak op bijstand over de maand waarover de afstemming plaatsvindt, minder bedraagt dan de vastgestelde verlaging, zal de verlaging als bedoeld in lid 1 tot en met 4 over een langere periode worden toegepast.