**1..** Indien belanghebbende een uitkering ontvangt, bedraagt de aflossingsverplichting 10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, dan wel de van toepassing zijnde grondslag als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ per maand inclusief vakantietoeslag, maar niet meer dan het bedrag dat ingevolge het tweede boek, de tweede titel, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen.
**2..** In afwijking van lid 1 bedraagt de aflossingsverplichting 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, dan wel de van toepassing zijnde grondslag als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ, per maand inclusief vakantietoeslag, als het géén fraudevordering betreft.
**3..** In geval van beslaglegging door een andere schuldeiser dan het college, wordt de aflossingsverplichting ingevolge lid 2 voor alle vorderingen van de debiteur bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in het tweede boek, de tweede titel, van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.