Het doel van alarmeren is tweeledig:
Het zo snel mogelijk herstellen van orde en veiligheid ten behoeve van de betrokken medewerker(s) en de overige klanten;
Het zo snel mogelijk ondersteunen van de medewerker in het contact met de agressieve klant en het bieden van directe nazorg.
In het Stadskantoor kan op de volgende twee wijzen alarm geslagen worden:
Alarmknoppen worden gebruikt als een klant niet (meer) luistert en verdere gespreksvoering niet meer mogelijk is of als de klant volhardt met agressief gedrag. Het indrukken van de alarmknoppen/ telefoonalarm betekent dat de (balie)medewerker de situatie niet meer zelf kan afhandelen. De (balie)medewerker die het gesprek met de klant voert, handelt volgens protocol en stelt helder wanneer gedrag ontoelaatbaar is. De alarmknoppen zitten onder de balies (en receptie) van zowel stadskantoor als ook in de spreekkamers.
In het stadhuis kan men via de telefoon de politie alarmeren: nood 112, geen nood 0900-8844. Bij minder ernst OOV 8661.Tevens hebben zij een mobiele alarmknop.
Medewerkers die op locatie zijn en met agressie te maken krijgen, kunnen via de telefoon de politie alarmeren: nood 112, geen nood 0900-8844. Bij minder ernst OOV 8661. Daarnaast kunnen zij een beroep doen op het BOT Team.
Luid alarm in de vorm van bijvoorbeeld een ‘sirene’ is niet geïnstalleerd. Onder luid alarm kan ook worden verstaan dat de betreffende medewerker ‘luid’ schreeuwend om hulp vraagt. Dit wordt in principe alleen gedaan:
als de situatie is geëscaleerd en de klant fysiek geweld pleegt of daarmee dreigt;
in het geval er niet (binnen korte tijd) op de alarmknop wordt gereageerd.