1.. Het college kan, al dan niet op verzoek van belanghebbenden, besluiten een stadsgezicht aan te

wijzen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht.

2.. Op de voorbereiding van een besluit tot aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is artikel 3, lid 2, 4 en 6

van overeenkomstige toepassing.

3.. De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de

gebiedsaanwijzing van het beschermde stadsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte

cultuurhistorische waarden aan.

4.. De aanwijzing kan geen stadsgezicht of een gedeelte daarvan betreffen, dat is aangewezen op grond

van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.

5.. De aanwijzing vervalt indien en voor zover artikel 35 van de Monumentenwet 1988 van toepassing

wordt.

7.. Het college maakt aanwijzing tot gemeentelijk stadsgezicht op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend.