- - Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen, te vernielen, af te breken, te verstoren, te
verplaatsen, in enig opzicht te wijzigen, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze
waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
- - Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige
vergunning gestelde voorschriften een handeling te verrichten als is beschreven in artikel 6 lid 1.
- - Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien burgemeester en
wethouders nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te
worden uitgevoerd en de belanghebbende schriftelijk heeft ingestemd met de gestelde nadere regels.
Artikel 7 Vergunning voor gemeentelijk monument
- - Een aanvraag, als bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als
bedoeld in artikel 6 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud
ingediend.
- - Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning
voor een gemeentelijk monument aan de Monumenten*- en/ of Welstandscommissie* voor advies.
- - Binnen vier weken na de datum van het verzoek om advies brengen de Monumenten*- en
Welstandscommissie* advies uit.
- - Bij overschrijding van in het derde lid genoemde termijn wordt de commissie geacht geadviseerd te
hebben.
- - Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een kerkelijk monument geen vergunning, dan na
overleg met de eigenaar indien en voorzover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke
belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.
- - Het college kan aan de vergunning voorschriften verbinden betreffende de uitvoering en de materiaaltoepassing.
Artikel 8 Weigeringsgronden
De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.
Artikel 9 Intrekken van de vergunning
- - De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
- - blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
- - de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het
belang van het monument zwaarder dient te wegen;
- - de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het
belang van het monument zwaarder dient te wegen;
- - niet binnen twee jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
- - De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Monumentencommissie*.
gemeentelijke stadsgezichten
- - Een aanvraag, als bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als
Paragraaf 1 Aanwijzing tot gemeentelijk stadsgezicht