1.. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:

a.. de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 6 te verlenen;

b.. de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 6;

c.. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 6, derde lid;

d.. de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 16 lid 2onder d

e.. een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, tweede volzin.

2.. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.