• - De vertrouwenspersoon wordt in overleg met de Ondernemingsraad benoemd en ontslagen door het bevoegd gezag.
  • - De vertrouwenspersoon is uitsluitend verantwoording verschuldigd aan het bevoegd gezag.
  • - De vertrouwenspersoon kan door niemand binnen de organisatie worden gedwongen vertrouwelijke informatie prijs te geven.
  • - De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ter kennis komt.
  • - De vertrouwenspersoon wordt door het bevoegd gezag in staat gesteld zijn taken naar behoren te vervullen.
  • - De vertrouwenspersoon wordt in staat gesteld zijn functie zelfstandig en onafhankelijk ten opzichte van het bevoegd gezag uit te oefenen.
  • - De vertrouwenspersoon verricht zijn werkzaamheden binnen zijn aanstellingsuren naast zijn reguliere werkzaamheden.
  • - Het bevoegd gezag biedt de vertrouwenspersonen de faciliteiten en scholing die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken.
  • - De vertrouwenspersoon geniet de bescherming ten aanzien van zijn rechtspositie overeenkomstig het voor ondernemingsraadleden bepaalde in artikel 21 van de Wet op de ondernemingsraden.
  • - De namen en contactgegevens van de vertrouwenspersonen worden zodanig bekend gemaakt dat deze makkelijk te raadplegen zijn voor de meeste medewerkers.