4.3.1 Zeeland
In de Provincie Zeeland is de opbouw van de concentratie aan luchtverontreinigende stoffen onderverdeeld naar bron weergegeven in figuur 7.
Uit figuur 7 blijkt dat 94% van de Zeeuwse antropogene fijn stofemissies wordt veroorzaakt door industrie en verkeer (Actieplan fijn stof Zeeland 2006-2010). In de nabijheid van havengebieden komen hoge concentraties voor. In binnenstedelijk gebied zijn knelpunten wat betreft normoverschrijdingen beperkt (alleen rond drukke verkeers-wegen).
In het kader van het Actieplan fijn stof heeft de provincie Zeeland zich tot doel gesteld dat de grenswaarden voor fijn stof in Zeeland in 2015 niet meer worden overschreden.
Ook in het (ontwerp) Omgevingsplan Zeeland 2006-2010 wordt ingegaan op fijn stof. Vermeld wordt dat de (achtergrond)concentratie een nationaal probleem is en dat de concentratie van fijn stof in Zeeland grotendeels wordt bepaald door bronnen van buiten de provincie. Daardoor is de invloed op reducties beperkt. Een bronaanpak blijft echter wel belangrijk, omdat een gezamenlijke inspanning is vereist om de fijn stofconcentraties in de lucht te doen dalen. Er wordt ingezet op het leveren van een evenredige bijdrage aan het beperken van luchtverontreiniging door fijn stof.
Figuur 7 Opbouw Antropogene Zeeuwse PM10 emissies
De provincie kan en wil met name via de vergunningverlening invloed uitoefenen op de uitstoot van fijn stof door de industrie en bij op- en overslag en verladen. Daarbij wordt ook aandacht geschonken aan uitstoot ten gevolge van transport (vervoers-management).
De inspanningen ten aanzien van het verminderen van de uitstoot van fijn stof door het verkeer zullen stimulerend van aard zijn of voorwaarde scheppend (bijvoorbeeld aanleg van fietspaden).
Tot slot zal de provincie afspraken maken met gemeenten over een adequate informatievoorziening en het bieden van ondersteuning bij het opstellen van actieplannen.
(bron: Omgevingsplan Zeeland 2006 - 2012, Juli 2006)
Opgemerkt wordt dat het laatst genoemde actiepunt aansluit bij wat in de vorige paragraaf van dit hoofdstuk en in paragraaf 4.2.2 is opgenomen.
4.3.2 Terneuzen
Naar verwachting geldt het algemene Zeeuwse beeld over de luchtkwaliteit ook binnen de gemeente Terneuzen. In het volgende wordt daarom gefocust op de emissies uit industrie en verkeer, omdat deze bronnen het meest relevant zijn en aangrijpings-punten vormen voor beleid.
In de volgende tabel zijn de relevante brongroepen concreet gemaakt aan de hand van voorbeelden voor de situatie binnen de gemeente.
Bron
Voorbeeld (plaats)
Industrie
Cerestar, Zuid Chemie (Sas van Gent)
Heros, Yara (Sluiskil)
Dow Benelux, Elsta, Ovet (Terneuzen)
Verkeer, wegen
Guido Gezellestraat (Terneuzen)
14981 Mvt. 39 (aantal dag overschrijdingen PM10)
Kennedylaan (Terneuzen)
9126 Mvt 30 (aantal dag overschrijdingen PM10)
Westkade noord (Sas van Gent)
6353 Mvt. 30 (aantal dag overschrijdingen PM10)
N252 noord (Sluiskil)
8568 Mvt. 30 (aantal dag overschrijdingen PM10)
N62
14203 Mvt 30 (aantal dag overschrijdingen PM10)
Verkeer, scheepvaart
Kanaal Gent – Terneuzen (Sas van Gent, Sluiskil, Terneuzen)
Westerschelde (Terneuzen)
Uit de tabel kan worden opgemaakt dat een belangrijk deel van de bronnen op of rondom het kanaal van Gent naar Terneuzen gelegen zijn (Kanaalzone).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Belangrijkste luchtvervuilende bronnen in provinciaal beleid
Onderdeel van Visie Luchtkwaliteitbeleid 2006