Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.5

Evaluatie nieuwe normering voor drins

Onderdeel van Bodemkwaliteitskaart

In 2003 is in de bodemkwaliteitskaart van het buitengebied verder vastgesteld, dat de bovengrond van de zone Zeeuwsch-Vlaanderen licht verontreinigd is met de som van drins. Omgerekend naar standaardbodem bedraagt het rekenkundig gemiddelde voor drins in voornoemde bodemkwaliteitskaart 0,02 mg/kgds. In de Regeling bodemkwaliteit bedraagt de achtergrondwaarde voor drins 0,015 mg/kgds. In de dataset voor DDD, DDE en DDT (zoals beschreven in paragraaf 5.1) zijn voor de bovengrond de gegevens beschikbaar van 128 analyses op drins. Bij 75% van deze analyses is geen gehalte drins boven de detectiegrens aangetoond. Voor waardes beneden de detectiegrens dient men volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten een vervangende waarde van 0,7 x detectiegrens te hanteren. Bij een deel van deze gegevens voor drins is sprake van hogere detectiegrenzen dan de achtergrondwaarde. Het meerekenen van deze gegevens leidt ertoe, dat het rekenkundig gemiddelde hoger wordt dan de achtergrondwaarde. Om deze reden zijn de analyseresultaten met detectiegrenzen van 0,015 mg/kgds of hoger voor de berekeningen buiten beschouwing gelaten. Voor de resterende 115 analyseresultaten van drins is het rekenkundig gemiddelde bepaald. Dit gemiddelde bedraagt zonder bodemtypecorrectie 0,00508 mg/kgds. Het hangt van het gehanteerde percentage organische stof bij de bodemtypecorrectie af, of dit gemiddelde bij omrekening naar standaardbodem hoger is dan de achtergrondwaarde. Bij een percentage organische stof van 3,4 % of hoger blijft dit gemiddelde lager dan de achtergrondwaarde. Bij een lager percentage organische stof zou het gemiddelde voor de som van drins hoger zijn dan de achtergrondwaarde, maar binnen de toetsingsregel vallen. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de bovengrond in Zeeuwsch-Vlaanderen voldoet aan de achtergrondwaarde voor drins.

Rechtspraak bij dit artikel