De indiener van een klaagschrift en degene, op wiens gedraging
de klacht betrekking heeft, worden door de klachtbehandelaar in
elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij een van beiden verzocht
heeft afzonderlijk gehoord te worden.
Indien de klachtbehandelaar, na advies van de klachtcoördinator,
beslist om klager en degene op wiens gedragingen de klacht
betrekking heeft niet in elkaars bijzijn te horen, wordt dit met
schriftelijke motivering in het advies aan het bestuursorgaan
toegelicht.
Van het horen kan worden afgezien in de gevallen, bedoeld in
artikel 9:10, tweede lid van de wet.
Van het horen wordt door een door de klachtbehandelaar
aangewezen persoon een verslag gemaakt dat de klager wordt
toegezonden. Een afschrift van het verslag wordt gezonden aan
degene over wiens gedraging is geklaagd.
Bij toepassing van het eerste lid worden zowel de indiener van een
klaagschrift als degene, op wiens gedraging de klacht betrekking heeft,
in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op hetgeen klager,
respectievelijk degene, op wiens gedraging de klacht betrekking heeft,
tijdens het horen naar voren hebben gebracht.
Hoofdstuk
Artikel 6
Het horen naar aanleiding van de klacht
Onderdeel van Regeling klachtbehandeling door bestuursorganen van de gemeente Diemen 2010