Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Het horen naar aanleiding van de klacht

Onderdeel van Regeling klachtbehandeling door bestuursorganen van de gemeente Diemen 2010

De indiener van een klaagschrift en degene, op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, worden door de klachtbehandelaar in elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij een van beiden verzocht heeft afzonderlijk gehoord te worden. Indien de klachtbehandelaar, na advies van de klachtcoördinator, beslist om klager en degene op wiens gedragingen de klacht betrekking heeft niet in elkaars bijzijn te horen, wordt dit met schriftelijke motivering in het advies aan het bestuursorgaan toegelicht. Van het horen kan worden afgezien in de gevallen, bedoeld in artikel 9:10, tweede lid van de wet. Van het horen wordt door een door de klachtbehandelaar aangewezen persoon een verslag gemaakt dat de klager wordt toegezonden. Een afschrift van het verslag wordt gezonden aan degene over wiens gedraging is geklaagd. Bij toepassing van het eerste lid worden zowel de indiener van een klaagschrift als degene, op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op hetgeen klager, respectievelijk degene, op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, tijdens het horen naar voren hebben gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel