1.. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid heeft de ambtenaar aanspraak op vergoeding van inconveniënten als vermeld in artikel 3:1.

2.. Geen aanspraak op vergoeding van inconveniënten in de zin van deze regeling bestaat, indien:

  • - deze in de functiewaardering zijn meegenomen;
  • - het kunnen verdragen ervan tot de functie-eisen behoort.