- - Het op grond van artikel 6 bepaalde salaris van de medewerker die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt wordt verhoogd tot het naast hogere bedrag als uit personeelsbeoordeling blijkt dat zijn functioneren aan de gestelde eisen voldoet.
- - Het op grond van artikel 6 bepaalde salaris van de medewerker die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt wordt verhoogd tot het bedrag volgend op het naast hogere bedrag als uit personeelsbeoordeling blijkt zijn functioneren de gestelde eisen in uitzonderlijke mate overtreft.
- - Het op grond van artikel 6 bepaalde salaris van de medewerker die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt wordt niet verhoogd als uit personeelsbeoordeling blijkt dat zijn functioneren niet aan de gestelde eisen voldoet.
- - De salarisverhoging wordt toegekend met ingang van 1 januari van het jaar volgende op de aanstelling en vervolgens telkens op 1 januari van het volgende jaar.
- - In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid vindt bij indiensttreding of bevordering op of na 1 oktober, per 1 januari daaropvolgend geen verhoging plaats op basis van personeelsbeoordeling.
- - De diensttijd die als medewerker in tijdelijke dienst wordt doorgebracht en die onmiddellijk gevolgd wordt door een aanstelling of arbeidsovereenkomst, komt in aanmerking voor een beoordeling en de daaruit voortvloeiende salarisconsequentie als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel en artikel 8 lid 1.
- - Als er in een betreffend jaar niet meer dan 6 maanden arbeid is verricht, kan het college bepalen, dat niet kan worden vastgesteld of sprake is van voldoende functioneren in de zin van het eerste en tweede lid. De volgende tijd kan aangemerkt worden als het niet verrichten van arbeid:
- - tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, indien het verlof is verleend uitsluitend in het belang van de medewerker, dan wel is verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal meetellen voor de vaststelling van de diensttijd;
- - tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, voor zover deze een tijdvak van een half jaar te boven gaat;
- - tijd gedurende welke de medewerker in de uitoefening van zijn functie is geschorst:
• bij wijze van disciplinaire straf;
• van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een
psychiatrisch ziekenhuis of daarmee gelijk te stellen inrichting;
• op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging ter zake een misdrijf tegen hem is
ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf is aangezegd, dan wel hem die
straf is opgelegd;
• omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegd
gezag het tegendeel bepaalt.
d.tijd doorgebracht wegens al dan niet verwijtbare arbeidsongeschiktheid.
III Incidentele beloning