• - Het aanbod schulddienstverlening kan bestaan uit de volgende producten:
    • - fase 1: aanmelding en screening onder andere:

-

-

  • - digitale vragenlijst;
  • - screeningsgesprek(ken);
  • - informatie en advies gesprek;
  • - doorverwijzing naar traject Ondersteuning Schuldstabilisatie
  • - plan van aanpak/beschrijving van de weigeringsgronden.

b. fase 2: voorbereiding schuldregeling onder andere:

-

  • - psychosociale voorbereiding;
  • - schuldregeltechnische voorbereiding.

c. fase 3: uitvoeren schuldregeling onder andere:

  • -  ■ betalingsregeling;

     ■ herfinanciering;

  • -  ■ schuldbemiddeling;
  • -  ■ saneringskrediet;

     ■ budgetbeheer en begeleiding;

     ■ aanvraag moratorium;

     ■ aanvraag dwangakkoord;

     ■ Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen)-verklaring.

  • - Het college verleent aan de verzoeker schulddienstverlening als het college dit noodzakelijk acht.
  • - De noodzaak voor schulddienstverlening wordt in een beschikking vastgesteld.
  • - Het college bepaalt welke vorm van schuldregeling, genoemd in artikel 4, lid1 sub c, en welk ondersteuningsaanbod wordt ingezet.
  • - Bij de inzet van de schuldregelingsproducten conformeert het college zich aan de richtlijnen en voorwaarden van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet).
  • - Bij de afweging over de inhoud van het aanbod schulddienstverlening voor de betreffende verzoeker, kan het college de volgende factoren betrekken:
    • - de houding en het gedrag (motivatie) om verandering te brengen in het eigen financiële gedrag;
    • - de mate waarin iemand kan beschikken over financiële vaardigheden (zelf of via het sociale netwerk) of diens leerbaarheid;
    • - de stabiliteit van de financiële situatie;
    • - de stabiliteit van de persoonlijke situatie;
    • - de doelmatigheid van de ondersteuning met het oog op de aard, zwaarte en/of omvang van de schulden en de regelbaarheid van deze schulden;
    • - een eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening;
    • - de aanwezigheid van een fraudevordering als bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet.